Saturday, October 16, 2021

Wie wil fulltime naar kantoor?

 Eén dag nadat de thuiswerk-aanbeveling van de overheid afliep, moesten de medewerkers van Striktly Software fulltime naar kantoor. En zo zijn er nog bedrijven. Wereldvreemd of logisch?


De medewerkers van techbedrijf Striktly Business Software gaan weer voltijds naar kantoor (moeten). Ik zag het op het tv nieuws.

Het was een item dat begin vorig jaar nul komma nul nieuwswaarde zou hebben gehad. Maar intussen was het interessant genoeg om een cameraploeg naar het (drukbevolkte) bedrijf te sturen.

‘Zoom is lastig’

Al vanaf juli werden de Striktly-medewerkers al even striktly aangespoord om naar kantoor te trekken. En vanaf deze maand wordt het simpelweg opgelegd. Want ‘beter voor de sfeer’, zo klonk het in de reportage.

‘Thuiswerk is geen beperking voor een it-bedrijf’, zo gaf de manager van het Antwerpse kantoor toe. ‘Maar wij gaan heel vaak in overleg en doen heel veel brainstorming samen. Een Zoom-meeting is heel lastig om in te schatten hoe mensen zich voelen.’ De manager erkende wel de voordelen van telewerk, maar dat was duidelijk niet voldoende.

‘Wat een wereldvreemd bedrijf’, reageerde een kennis van me toen ik hem er nadien over vertelde. ‘Hoe gaan die volk blijven vinden?’, vroeg hij zich af. Al had die manager in de reportage zelf geopperd dat dat geen problemen gaf. ‘De sfeer is hier goed’, zo klonk het laconiek.

Coaching

Ik moet zeggen dat ik iets gematigder reageerde. Als een werkgever vindt dat zijn personeel naar kantoor moet, is dat zijn goed recht. Hij betaalt ze nu eenmaal.

En natuurlijk wil niet iedereen de hele tijd thuiswerken. Sommigen hebben daar ook gewoon niet de faciliteiten voor, dat wordt wel eens vergeten. En bovenal kunnen jonge medewerkers best wat coaching en sturing gebruiken (dat vragen zij ook), en dat gebeurt vaak best op kantoor.

Maar los hiervan vind ik dat één of twee dagen thuiswerk moet kunnen. Toch als de job het toelaat en de medewerker zelf vragende partij is.

Donderdag is nieuwe maandag

Al bij al vond ik de reportage best grappig, en wel om twee redenen. Dat de medewerkers bij Striktly naar kantoor moesten komen om te socializen en te brainstormen, snap ik nog wel. Maar ironisch was dat daar in de reportage niks van te merken viel. Iedereen zat daar op kantoor activiteiten te doen, die hij of zij perfect thuis kon doen.

En ten tweede vond ik het grappig omwille van de reality check. We schrijven al ruim een jaar over het ‘hybride werken’. Experts vragen zich dan bijvoorbeeld af of nu twee dagen thuis en drie dagen kantoor (of omgekeerd) de ideale formule is.

Koffie

Onlangs schreef ik nog dat ‘donderdag de nieuwe maandag is’. En dan komt zo’n plaatselijke manager simpelweg op mijn tv vertellen dat iedereen in de week om zeven uur ’s ochtends naar kantoor mag trekken. Hij gaf wel toe dat dat niet leuk is, maar ‘dat de koffie veel goed maakt’. Dat mag ook wel als je elke werkdag naar Antwerpen centrum moet.

En weet je, die magie van dat koffieapparaat - en al die creativiteit die daar zouden ontstaan tussen collega’s - vind ik ferm overroepen. En iedereen weet intussen dat de koffie, die je bij veel bedrijven voorgeschoteld krijgt, ook gewoonweg niet te drinken is.

Deze column verscheen eerder op Computable.


Tuesday, September 21, 2021

Beleeft stiptheid een comeback?

Wat op kantoor geldt, blijkt zeker ook voor thuiswerkers het geval: wees op tijd. “Te laat komen plaatst je eigen ego boven dat van anderen.”

Duurde het op kantoor wel eens een tiental minuutjes vooraleer iedereen present gaf, dan beginnen die virtuele meetings doorgaans op tijd. Ook bij thuiswerk is stiptheid van tel, misschien zelfs nog meer, oppert Suzanne Lucas, columniste bij het zakenblad Inc. “Dat je letterlijk zittend in bed kunt werken, betekent niet dat je de klok kunt negeren”, stelt ze.

Veel jobs vereisen stiptheid. Zoals we van een leraar verwachten dat die bij het belsignaal op school is, omdat de leerlingen wachten. Of dat een advocaat op tijd in de rechtbank verschijnt, ongeacht de ochtendfile. Thuis heb je geen file, en soms gerichte afspraken. “En dat betekent dat je virtueel opdaagt wanneer mensen je verwachten.”

Je anders gedragen is, volgens Lucas, niet alleen onbeleefd en egoïstisch, het kan je ook je werk kosten. “Het maakt niet uit of je de beste advocaat van de hele wereld bent. Als je regelmatig te laat komt voor de rechtbank - ook virtueel - dan zullen je cliënt en je kantoor je laten vallen.”

Uit Jobat

Thursday, June 18, 2020

Mainframe van ING heeft probleem


Twee jaar na het invoeren van de GDPR-wetgeving toont de Belgische  Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) steeds meer haar tanden. Dat blijkt uit een aantal beslissingen. Met mijn persoonlijke favoriet: het mainframe van ING.

In de reeks van privacy- en GDPR-beslissingen die de GBA de voorbije maanden nam, vind ik die over het mainframe van de financiële groep ING het meest opvallend. Ook al dook die nog niet uitvoerig op in de pers.

e moet é zijn
Het verhaal gaat als volgt. Een klant van ING eiste dat zijn naam correct in de computersystemen moet worden bewaard. Dus mét het accent in de naam: é in plaats van e. Eén letter verschil met onnoemelijke gevolgen.

Op het eerste zicht een logische en (volgens de GDPR) legitieme vraag. Maar dat was buiten de legacy van ING gerekend. Want ING haar mainframe ondersteunde enkel EBCDI (extended binary-coded decimal interchange code), waarin de é niet voorkwam. Waardoor een juiste schrijfwijze onmogelijk of toch op zijn minst niet evident was.

Mainframe van 25 jaar oud

Het mainframe, die overigens zou dateren uit 1995, onmiddellijk wijzigen was volgens ING te duur en te ingrijpend. Want ING zou binnenkort toch overschakelen naar aan andere systeem die wel letters accenten ondersteunde.

Maar de GBA was het hier niet mee eens en vond het fundamenteel recht op verbetering aangetast. De zaak ging in beroep, naar het zogenaamde Marktenhof. Die de uitspraak bevestigde. ‘Noch een computerprogramma, noch te grote kosten, kunnen redenen zijn om GDPR-rechten van klanten te schenden’, zo was de redenering.

En daar is het Hof Van Cassatie

So far, so good? Hoe zou het intussen zijn met ING’s mainframe? Als we ING de vraag stellen, krijgen we eerst het vertrouwde antwoord. ‘ING heeft zich destijds tegen het verzoek van de klant verzet. We vonden dat de inspanningen en investeringen die hiervoor vereist waren niet in verhouding staan tot de vraag’, aldus Peter Dercon, woordvoerder van ING.

‘De implementatie van een oplossing heeft immers gevolgen voor vele tientallen toepassingen die hiermee samenhangen, wat dit tot een bijzonder complexe vraag maakt en veel tijd vereist’, benadrukt Dercon. Maar dat de Gegevensbeschermingsautoriteit ING daarin dus niet is gevolgd, dat geeft men bij ING ook toe.

Is hiermee de kous af? Toch niet. ‘ING heeft een regres ingediend bij het Hof van Cassatie, en verwacht nu haar arrest.’

Iedereen kan zaak beginnen

Wat ik vooral onthoud van de ING-zaak? De impact van het individu. Want in de meeste gevallen gaat de GBA tot actie over na een klacht van één klant.

Cruciaal is dat het bij zo’n klacht van een klant, dat het daar dan niet bij blijft. Neen, heel uw GDPR-aanpak wordt onder de loep genomen en door de mangel gehaald.

En dan komen ze dus terecht bij uw computersysteem. Of uw mainframe van 25 jaar oud.


Deze column verscheen eerder ook op Computable.be

Sunday, November 24, 2019

Make Belgium great again?



Privacy zit in een klein hoekje van het shopping center

Zondagavond rond 21 uur. Mijn smartphone licht op. Een Whatsapp bericht van een collega. Ik zie mezelf in een wazige foto in een shopping center. ‘Bekende collega gespot op tv’, staat er bij de foto.

Blijkbaar dook ik dezelfde avond op in het televisieprogramma Make Belgium great again. Ik was me van geen kwaad bewust. Als ik het programma bekijk, blijkt het thema van de uitzending te draaien rond intolerantie ten aanzien van homo’s en lesbiennes.

Ik werd stiekem gefilmd, al wandelend in een shopping center, terwijl ik een hevig kussend homo-koppel passeer. Ik kijk in dat filmpje heel even op, maar dat zou ik ook gedaan hebben als daar een heterokoppel in de weg had gestaan. Net zoals ik naar een of andere promo in een etalage had gekeken.

De onderschatting

Whatever, denk ik. Het is maar enkele seconden televisie. Ik reageer laconiek naar mijn Whatsapp-collega. ‘Blijkbaar ben ik gefilmd terwijl ik iets ging kopen in het shopping center. Dat moet geweldige televisie hebben opgeleverd’, stuur ik terug. En ik zet er de nodige emoticons achter.

Ik krijg wel vaker reacties op columns en artikels, vaak via sociale media. Ik denk dat ik daar intussen een soort van olifantenvel voor heb ontwikkeld. Maar deze keer heb ik het onderschat. Want de dag nadien komen nog reacties, via via. De word of mouth doet zijn werk. In het digitale tijdperk volgt de aftermath. De beelden duiken op heel wat zustersites op van VTM, de commerciële zender achter het programma.

Mijn optreden bereikt ook een overste die zelf homo is. En dan begint het mij te dagen: ik was onderdeel van een experiment. Ik moest de intolerante of homo-onvriendelijke klant spelen. Zo stond het in het script. Dat was de bedoeling. En zo word ik in beeld gebracht. ‘Ze lopen er met een grote boog omheen’, reageert een ander homokoppel in de uitzending als ze de beelden grondig inspecteren. Dat was ten eerste niet echt bewust het geval en ten tweede kan ik dat kussend homokoppel (dat ik in een flits had gezien) natuurlijk ook moeilijk omver lopen.

Ik krijg een ongemakkelijk gevoel. Want love is all. Het kan mij verdorie helemaal niet schelen wie op wie verliefd wordt en wie met wie muilt, zelfs al is het in een shopping center. Ik vind het allemaal prima. Mannen met elkaar, vrouwen met elkaar. Zelfs mannen met vrouwen: moet kunnen.

Intussen denk ik terug aan het huwelijk van mijn nichtje twee jaar geleden. Zij trad daar zij in het huwelijk trad met haar bruid. Ik vond het geweldig en heb toen nog gespeecht op hun feest.

De mails

Tijd voor actie. We contacteren VTM met de vraag om de beelden te verwijderen. Niet enkel blurren maar verwijderen. Maandagavond, terugkerend van de stuurgroep voor de vakbeurs Infosecurity, surf ik in de trein op mijn smartphone naar de Raad van Journalistiek om uit te zoeken hoe je een klacht kan indienen. Ik wil niet tot het eind van mijn dagen online of op tv (tijdens de zoveelste zomerherhaling) die beelden zien passeren. Ik bereid me voor. Eindelijk.

VTM reageert niet meteen op telefoon en mail. Maar uiteindelijk krijgen we dinsdag een mail. ‘We hebben tijdens deze opname wel degelijk toestemming gevraagd aan de personen die passeerden, maar jullie zijn vermoedelijk tussen de mazen van het net geglipt’, lezen we. En zuchten.

De beelden worden uiteindelijk verwijderd. Zustersite HLN is iets moeilijker, mede omdat die redactie niet telefonisch bereikbaar is. Wat later op de dag is het filmpje daar ook verdwenen. Het doet me denken dat ze daar intussen ook wel beseffen dat ze in de fout zijn gegaan. ‘Schrijf er een column over. Dat doe jij toch’, zegt een goede vriend met wie ik dinsdagavond in de stad iets ga eten en over het voorval vertel. ‘Ze zullen het wel lezen. En terecht. Want dit is niet koosjer’, vertelt hij.

De illusie

En zo geschiedde. Sinds zondag 21.00 uur zijn we alvast een illusie armer. Er wordt vaak gezegd dat privacy niet meer bestaat. Ik dacht altijd dat dat dan ging over mensen die ongecontroleerd foto’s posten op Instagram. Of hun privacy settings op Facebook wagenwijd open gooien.
Maar het kan dus ook als je even iets gaat kopen in een shopping center. Great.

Monday, September 2, 2019

Een brief voor Jozef



Zegt de naam Jozef Verellen u iets? Ik kende de man zelf ook niet. Maar ik kreeg verkeerdelijk post op zijn naam. Die viel bij mij in de brievenbus. Het enige wat juist bleek, was zijn gemeente en huisnummer. De straat en dus ook zijn naam bleken fout. Het ging om een rekening (denk ik) van Engie. Ik merkte de brief zonet op terug uit een korte vakantie.

BPost & Telenet

Dergelijke fouten zijn schering en inslag. Ik woon met mijn woonwijk namelijk toevallig op een Bpost oefenronde. Althans dat heeft een postbode mij onlangs verteld. Dat betekent dus blijkbaar dat er af en toe eens iets misgaat, zo gaat dat met opleidingen. Een brief die niet aankomt of eentje (zoals die van Jozef) die bij mij terecht komt.

Twee maanden geleden was er een factuur voor mij bestemd van Telenet verloren gegaan. Niet toegekomen. Waardoor ik tien euro aanmaningskosten zou moeten betalen. Dat is een gebruikelijke procedure bij Telenet, die wel eens voor gemor zorgt. ‘Dus Telenet boekte in 2018 een winst van ruim 250 miljoen euro en als Jan Straat niet op tijd kan betalen dan eist hij 10 euro 'extra diensten'. Hoe klein is dat?’, zo liet een Computable-collega zich onlangs ontvallen. En hij heeft een punt.

Proximus

Waarom maak je geen gebruik van digitale facturen, vroeg iemand me onlangs? Wel eerlijk gezegd: omdat er maar weinig systemen zijn die me echt kunnen bekoren (ook niet die van Telenet overigens).

Ik hoor dat ook van anderen. Zij vertellen dan dat ze voor hun BTW-facturatie toch een papieren factuur moeten afleveren bij hun boekhouder. En dan is het best logisch dat die gewoon op papier binnenkomt dan dat je alles op het eind nog moet afprinten. Domiciliëring doe ik ook niet, al is het maar omdat ik liefst zelf beslis hoeveel en wanneer ik betaal.

Overigens is Telenet niet de enige telecomoperator waar klanten regelmatig sakkeren. Ook Proximus heeft een probleem op niveau van hun klantendienst, iets wat hun ceo onlangs zelf ook al toegaf.

Deze vakantie maakte VRT-reporter Ivan De Vadder zich via Twitter nog druk om de gsm van zijn partner. Die was, toen ze in de VS waren, afgesloten omdat de factuur drie dagen over tijd zou zijn. ‘Enige waarschuwing die we kregen: één sms. Enkele uren later was alles afgesloten’, schreef hij boos. Terwijl het volgens hem ging om iemand die al 25 jaar klant  was en nog nooit te laat betaalde. De Vadder diende later klacht in bij de ombudsman voor telecom.

Chatbots & kloteklanten

Ik blijf het verbazend vinden. We leven in een tijdperk van de customer journey. In tijden van artificiële intelligentie en chatbots, en nog nooit waren we zo ontevreden over klantendiensten.

Onlangs kwam ik thuis bij het opruimen op het boek ‘Kloteklanten’ van Egbert Jan van Bel. Het boek dateert uit 2007, en dat is voor de grote doorbraak van Twitter en Facebook.

Toen ik het boek onlangs nog eens doornam, bleek dat nog best actueel. Het gaat over bedrijven die totaal vervreemd zijn van hun klanten. Over organisaties die zich verschuilen achter e-mailformulieren of callcenters. ‘Je moet een soort van geheime code kennen om er nog iemand van vlees en bloed aan de lijn te krijgen’, klinkt het.

Eneco

Het is overigens niet enkel de telecomsector die in het bedje ziek is. Bij nutsbedrijven is het niet veel beter. Zo slaagde Eneco, mijn energieleverancier, er onlangs in om (ongevraagd en onaangekondigd) de laatste drie facturen via de post naar mijn vorig postadres te sturen. Een appartement waar ik al acht jaar niet meer woon. Om vervolgens vorige week via e-mail een factuur met herinneringskosten te sturen.
Toegegeven, als je dan uiteindelijk een mens van vlees en bloed aan de lijn krijgt, komt het meestal wel in orde. Een optimale klantenbeleving is het uiteraard niet. Het is vervelend. En bovendien: het betert niet.

Hoe is het overigens afgelopen met de brief van Jozef Verellen? Wel, ik heb meteen na mijn vakantie zijn ongeopende Engie-brief in de bus gedaan. In de hoop dat hij de aanmaningskost nog kan vermijden. Maar dat zal hij helaas via de klantendienst moeten doen. Ik wens Jozef alvast het allerbeste.

Uit Computable.be

Tuesday, June 4, 2019

Halte Muggenberglei


“Stel je deze vraag als journalist of gebruiker?” De woordvoerder van De Lijn reageert kort op mijn mail.

Wel, als allebei eigenlijk. Woonwerkvervoer is het coverthema in deze MARK Magazine. En tegelijk heb ik al enkele keren in en rond het Antwerpse tevergeefs op mijn bus gewacht. Die bleek meer dan eens afgeschaft. Daar stond ik dan. Er was zelfs één keer dat ik hulp moest inroepen van mijn familie, omdat ik schrik had dat ik anders niet thuis zou geraken.

Al was het daar ook best gezellig aan die bushalte aan de Muggenberglei. Ik maakte kennis met een tennisleraar, een andersvalide dame en met een jongeman die in het centrum bij een kledingketen werkt.

Maar ik had met hen te doen. Zij hebben die bus elke dag nodig om op hun werk (en thuis) te geraken. En dan is het gewoon niet fijn dat je er niet op kan rekenen. “Eén keer kan ik mijn baas nog wel vertellen dat mijn bus niet kwam opdagen. Twee keer misschien ook nog, daarna niet meer”, vertelde de jongeman.

De woordvoerder erkende het probleem. “Er vallen soms ritten weg omdat het chauffeursbestand momenteel niet op volle sterkte is. Buschauffeur is een knelpuntberoep. Daarnaast voelen we de concurrentie op de arbeidsmarkt van de haven: die vist in dezelfde vijver”, klonk het.

Twee zaken moeten het bustekort oplossen: overuren en aanwervingen. Wat dat laatste betreft steekt De Lijn een tandje bij. “Ook 50-plussers zijn van harte welkom”, zei hij. Een mededeling die ik maar al te graag deel. Want het openbaar vervoer is voor mij toch het vervoer van de toekomst.

Dus beste De Lijn, ik reken erop dat jullie snel opnieuw elke aangekondigde bus doen rijden. En ik denk dat mijn vrienden aan halte Muggenberglei er ook zo over denken.

Uit MARK Magazine

Saturday, January 26, 2019

Phishing & cybercrime for dummies


Wat klinkt als een basiscursus phishing en cybercriminaliteit gebeurde vorig weekend met de Brusselse technotempel The Fuse. Cybercriminelen stuurden feestgangers naar een valse website voor al even valse tickets.


Na een renovatie van bijna twee jaar is de Brusselse Hallepoorttunnel sinds vorige zondag opnieuw permanent open. Om dat te vieren mocht technoclub Fuse de tunnel zaterdagnacht gebruiken voor een eenmalige raveparty in de unieke setting van de tunnel.

Valse domein van één dag

De tickets die The Fuse voorzag voor het feestje dit weekend in de Brusselse waren snel de deur uit. Al was dat buiten cybercriminelen gerekend. Via Facebook-advertenties werden geïnteresseerden omgeleid naar een ticket-pagina op fusebrussels.be.

Maar fusebrussels.be is niet de juiste URL van de technotempel, dat is Fuse.be. Een nazicht bij DNS bevestigt dat. Fuse.be is reeds in 1998 aangemaakt. Terwijl het domein FuseBrussels.be blijkt aangemaakt te zijn op 18 januari en staat die sinds 19 januari in quarantaine. Het domein was dus slechts één dag actief.

Particuliere registratie


Lut Goedhuys, business development manager bij DNS, bevestigt aan Computable dat de registratie van fusebrussels.be door een privépersoon gebeurde. Al kan of mag ze daar verder niets over zeggen. ‘Volgens onze procedures en de GDPR is het voor ons niet mogelijk om hier meer informatie over te bezorgen’, zo klinkt het. ‘Gedupeerden die klacht willen neerleggen, kunnen zich wenden tot het meldpunt van de FOD Economie. Dat is de aanpak voor dergelijke situaties.’

Bij Fuse zelf beamen ze de pogingen. ‘Er zijn een enorme hoeveelheid oplichters aan het werk die valse kaartjes proberen te verkopen. We hebben er een aantal ontdekt’, zo staat er op hun officiële Facebook-pagina.

Lucratief

Volgens Nathalie Van Raemdonck , associate analyst op het vlak van cyberdiplomatie bij het EU Institute for Security Studies die melding maakte van de gebeurtenis, zijn door de fake website toch wel wat slachtoffers gevallen. ‘De teller stond al op 2.800 slachtoffers, aan 22,5 euro per stuk, dat is goed verdiend’, zo merkte ze op een bepaald moment op via haar Twitter account. Of hoe cybercriminaliteit behoorlijk lucratief kan zijn.

Dit artikel verscheen eerder deze week op Computable