Friday, November 21, 2025

Koffie en Water, de rest komt later

In het Four Seasons-hotel in Las Vegas baat Noah een koffiestand uit. Hotelgasten van dit boetiekhotel kunnen het best met hem vinden. Hij is vriendelijk, geëngageerd en doet zijn werk graag. Dat komt omdat collega’s en zijn manager met hem zijn begaan. Ze vragen dikwijls of alles ok is en of ze nog iets voor hem kunnen betekenen. “Hier kan ik mezelf zijn”, vindt hij. Noah werkt ook in het Caesars Palace hotel, eveneens in Vegas. Dat is andere koek. Daar moet hij zich vaak verantwoorden voor alles wat misschien fout zou kunnen gaan. “Als daar mijn baas komt, probeer ik mezelf onzichtbaar te maken.” Zelfde job, zelfde Noah, andere (klanten)beleving. Noah is een anekdote van de bekende managementgoeroe Simon Sinek die al jaren viraal gaat. Voor mij onvergetelijk, omdat ik ooit in beide hotels mocht verblijven. Four Seasons lang geleden, Caesars recent nog, al kon ik Noah niet terugvinden (waarschijnlijk gevlucht voor zijn chef). Maar vooral de boodschap doet het me. Je kan dezelfde persoon zijn, maar de context verandert alles. Bekende variant is de cartoon van die fles merkwater (x3). Die kost 1 euro in de supermarkt, 3 op de luchthaven en 7 euro op restaurant. Maar ook hier: zelfde fles. Of hoe omstandigheden bepalen hoeveel jij waard bent.

Thursday, August 10, 2023

En wat zijn jouw mad skills?

Alle goede dingen in het leven komen in drieën. Eerst hadden we het over het IQ, dan het EQ en daar is dan het AQ bijgekomen, het Adaptability quotiënt of het vermogen om je aan te passen.

Bij de vaardigheden hetzelfde verhaal. De hard en soft skills, die kennen we al. Maar intussen zijn ook de mad skills aan een opmars bezig. Een trend die uit – we hadden het kunnen denken – uit de VS en meer bepaald uit Silicon Valley komt overwaaien.

Toen ik er eerst over hoorde dacht ik meteen aan extreme sporten, zoals parachutespringen, bergbeklimmen of kooivechten. Dat vond ik mad genoeg. Maar het bleek toch iets anders: waardevolle vaardigheden die vaak zijn gelinkt aan vorige werk- of levenservaringen. Denk aan iemand die een zware ziekte overwon. Of aan die zelf zijn studies moest financieren. Allemaal ervaringen die je anders in het leven doen staan. Sommige mad skills komen vanuit sociaal engagement of hobby’s. Of voorbije (uit de hand gelopen) hobby’s, zoals iemand die vroeger een sport op een vrij hoog niveau beoefende.

Veel mad skills kom je zomaar niet te weten. En voor mij is toch de boodschap vooral: er zit meer potentieel in mensen dan die recruiters, en soms ook de kandidaten zelf, vermoeden. Door naar mad skills op zoek te gaan, creëer je ook meer kansen voor mensen. In deze zogenaamde ‘war for talent’ is dat eigenlijk zelfs een noodzaak.

Uit Jobat Go for happy

Monday, August 7, 2023

Zelfde job, ander casino - wat Las Vegas je leert over employer engegament

In het Four Seasons-hotel in Las Vegas baat Noah een koffiestand uit. Hotelgasten van dit boetiekhotel kunnen het best met hem vinden.


Hij is vriendelijk, geëngageerd en doet zijn werk graag. Dat komt omdat collega’s en zijn manager met hem zijn begaan. Ze vragen dikwijls of alles ok is en of ze nog iets voor hem kunnen betekenen. “Hier kan ik mezelf zijn”, vindt hij.

Noah werkt ook in het Caesars Palace hotel, eveneens in Vegas. Dat is andere koek. Daar moet hij zich vaak verantwoorden voor alles wat misschien fout zou kunnen gaan. “Als daar mijn baas komt, probeer ik mezelf onzichtbaar te maken.” Zelfde job, zelfde Noah, andere (klanten)beleving.
 
Noah is een anekdote van de bekende managementgoeroe Simon Sinek die al jaren viraal gaat. Voor mij onvergetelijk, omdat ik ooit in beide hotels mocht verblijven. Four Seasons lang geleden, Caesars recent nog, al kon ik Noah niet terugvinden (waarschijnlijk gevlucht voor zijn chef).

Maar vooral de boodschap doet het me. Je kan dezelfde persoon zijn, maar de context verandert alles. Bekende variant is de cartoon van die fles merkwater (x3). Die kost 1 euro in de supermarkt, 3 op de luchthaven en 7 euro op restaurant. Maar ook hier: zelfde fles. Of hoe omstandigheden bepalen hoeveel jij waard bent.

Uit Jobat Go for happy

Monday, June 26, 2023

QR-code zorgt voor verkeerschaos

 Als de artiesten van je festival zelf in de file staan, dan heb je er als organisator een probleem. Zo verging het Werchter Boutique. Nochtans had een beetje aandacht voor usability vorig weekend veel leed kunnen voorkomen.


Het was de Britse zangeres Ellie Goulding die dit weekend als hoofdpunt op het tv-journaal vertelde dat ze een politiepatrouille kreeg om op tijd op haar optreden op Werchter Boutique te geraken. “Dat vond ik best cool”, vertelde ze achteraf lachend.

Lachen was er voor veel Wercher-bezoekers dit weekend niet bij, dat kan ondergetekende bevestigen. Al verging het me beter dan sommige festivalgangers die er tot vijf uur over deden om op hun festivalparking te geraken.

Natuurlijk was het nieuwe parkeerbeleid oorzaak van veel gedoe. Je moest op voorhand een parkeerticket reserveren op één van de tiental parkings rond het terrein. Zij die dat niet deden, bleven rondjes draaien (of wachten). Want er was gewoon te weinig parkeerplek.

QR-code overkill

Maar er was meer aan de hand. Want zij die op voorhand wél een parkeerticket hadden aangekocht (waaronder ikzelf), konden niet meteen terugvinden waar de betreffende parking (in mijn geval: parking groen 7) zich bevond. Er stond geen adres op het ticket en het kaartje was zo onduidelijk afgebeeld dat het niet zou misstaan als opdracht in De Mol.  

Werchter Boutique liet hun mobiliteitsverantwoordelijke de pers te woord staan om de chaos te duiden. Hij vertelde dat ze twee QR-codes op het ticket hadden gezet, met daarboven Google Maps en Waze. Dat klopt. Maar je kan daar niet meteen uit opmaken dat het om het effectieve adres van jouw parking ging. (het kan evengoed de festivalweide zelf als bestemming zijn geweest).

Of hoe de organisatie één grote fout maakte qua usability. De gouden regel is daar: als mensen het niet begrijpen, heb je het niet goed uitgelegd. Want waarom ook niet gewoon het adres van de parking vermelden? Moeten we overigens vandaag voor alles een QR-code plaatsen? In dit geval hadden mensen vaak ook gewoon schrik dat ze hun parkeerticket zouden ontwaarden als ze die code gebruikten. Dat klinkt irrationeel, maar ik heb het vaak gehoord vorig weekend.

W van wachten

De gevolgen lieten zich raden. Het was Werchter met de W van wachten. En Boutique met de B van balen.

Maar het waren dus niet enkel de duizenden bezoekers die vast zaten, dat waren de artiesten dus ook. En soms was dat er zelfs aan te merken. Zo gaf Ellie Goulding op Werchter Boutique niet het beste optreden uit haar carrière. Ze zag er danig gestresseerd uit en zong niet altijd even helder.

In elk geval was ze niet in haar element. Dat gaf Goulding tussen de nummers zelf ook toe aan die duizenden festivalgangers. Of beter: aan zij die er toen al waren geraakt.

Uit Computable.

Tuesday, May 30, 2023

De levensles van Elizabeth Holmes

Elizabeth Holmes, de in ongenade gevallen oprichter van biotechbedrijf Theranos, kan haar celstraf van 11 jaar niet langer ontlopen. Daarnaast moet ze haar toenmalige investeerders zowat 400 miljoen euro terugbetalen. Uit de afloop van de saga onthouden we één levensles: verknoei het niet bij rijke mensen.


Holmes werd vorig jaar schuldig bevonden aan fraude. Ze ontwikkelde met haar bloedtestbedrijf een technologie waarmee je met een aantal druppels bloed honderden ziektes en gezondheidsproblemen op het spoor kon komen. Of tenminste: dat beweerde ze toch. Want in de praktijk bleek de technologie amper te werken.

Samen met haar advocaten had Holmes gerekend op uitstel van straf of op een borgtocht, mede omdat ze een baby van enkele maanden oud heeft. Maar een rechter heeft recent geoordeeld dat ze zich toch moet melden bij de gevangenis. Of zoals het in het jargon wordt genoemd: bij Club Fed.

Rijke vrienden

Een andere regeling bleek niet aan de orde. Holmes gaat, althans in het begin, effectief achter de tralies. De foute diagnoses die Theranos uitvoerde zijn, volgens mij, niet de hoofdreden voor die consequente en strenge straf. Ook al zorgde ze met haar bloedtesten voor veel menselijk leed. Bijvoorbeeld omdat ze bij patiënten erge ziektes signaleerde die niet bleken te kloppen. Of omgekeerd: sommige kwalen werden dan weer niet ontdekt.

De reden voor de strenge straf is dat Theranos indertijd op veel rijke investeerders (en vrienden) kon rekenen. Dat was in het begin natuurlijk een gigantisch voordeel, maar keert zich nu tegen haar. Zo moet ze samen met haar ex-zakenpartner die investeerders 452 miljoen dollar (417 miljoen euro) terugbetalen,
zo werd beslist. Bij de partijen die geld terug moeten krijgen zitten namen als Rupert Murdoch van News Corp, supermarktketen Safeway en apotheekketen Walgreens. Geen kleine jongens.

Fake it till you make it

Ik heb het hele proces van nabij gevolgd, en ook het boek Bloedfraude gelezen (wat overigens een aanrader is). Het is een saga geweest die jaren duurde en nu voorlopig ten einde komt. Al verschijnt er nog een Hollywood-film of -reeks wat (denk aan wat er is gebeurd met The Wolf of Wall Street) Elizabeth Holmes op (lange) termijn nog een heropstanding kan bezorgen.

Lange tijd werd geopperd dat de belangrijkste les van de hele Theranos-val is geweest: het einde van de fake it till you make it- cultuur die in Silicon Valley jaren de ronde deed. Dat is het volgens mij niet. Fake it till you make it bestaat nog steeds, al moet je er (zoals Holmes deed) ook niet met overdrijven.

De belangrijkste les is: verknoei het niet bij rijke mensen. Ga je zwaar in de fout, dan is het verdict eveneens zwaar. Of zoals het in het Engels gevatter klinkt: don’t mess with rich people.

Uit Computable

Wednesday, June 1, 2022

De Michael Phelps complottheorie



Michael Phelps verdiende geen acht, maar zeven gouden plakken, en moést er acht winnen. Ten behoeve van een van zijn hoofdsponsors.

Dezelfde die de officiële tijdsopname op de Spelen verzorgt. Althans, zo luidt een complottheorie die op internet circuleert. Vorige week kroop Phelps door het oog van de naald, en won de 100m vlinderslag met één honderdste seconde voorsprong op de Serviër Milorad Cavic.

Tv-herhalingen uit alle hoeken, boven en onder water, werden bovengehaald. Op de Amerikaanse tv-zender NBC werd geopperd dat Michael Phelps niet als eerste de muur raakte. Zowel zijn coach als zijn moeder gingen er aanvankelijk vanuit dat hij tweede werd. Phelps moeder stak twee vingers in de hoogte, de plaats die ze voor haar zoon zag. Althans, dat wordt afgeleid uit die tv-beelden.

De Omega-tijdsopnameapparatuur, officiële chronometer van Peking 2008, liet er geen twijfel over bestaan: Phelps won met één honderdste verschil, het kleinste verschil in de wereld van de tijdsopname-apparatuur. Maar wil nu net dat Omega de sponsor is die Phelps al sponsort sinds 2004. Het debat of de sponsorbelangen voorgingen op de 'echte' uitslag, woedt nu volop, op de website www.001ofasecond.com. Bron: Mediahuis-kranten

Saturday, October 16, 2021

Wie wil fulltime naar kantoor?

 Eén dag nadat de thuiswerk-aanbeveling van de overheid afliep, moesten de medewerkers van Striktly Software fulltime naar kantoor. En zo zijn er nog bedrijven. Wereldvreemd of logisch?


De medewerkers van techbedrijf Striktly Business Software gaan weer voltijds naar kantoor (moeten). Ik zag het op het tv nieuws.

Het was een item dat begin vorig jaar nul komma nul nieuwswaarde zou hebben gehad. Maar intussen was het interessant genoeg om een cameraploeg naar het (drukbevolkte) bedrijf te sturen.

‘Zoom is lastig’

Al vanaf juli werden de Striktly-medewerkers al even striktly aangespoord om naar kantoor te trekken. En vanaf deze maand wordt het simpelweg opgelegd. Want ‘beter voor de sfeer’, zo klonk het in de reportage.

‘Thuiswerk is geen beperking voor een it-bedrijf’, zo gaf de manager van het Antwerpse kantoor toe. ‘Maar wij gaan heel vaak in overleg en doen heel veel brainstorming samen. Een Zoom-meeting is heel lastig om in te schatten hoe mensen zich voelen.’ De manager erkende wel de voordelen van telewerk, maar dat was duidelijk niet voldoende.

‘Wat een wereldvreemd bedrijf’, reageerde een kennis van me toen ik hem er nadien over vertelde. ‘Hoe gaan die volk blijven vinden?’, vroeg hij zich af. Al had die manager in de reportage zelf geopperd dat dat geen problemen gaf. ‘De sfeer is hier goed’, zo klonk het laconiek.

Coaching

Ik moet zeggen dat ik iets gematigder reageerde. Als een werkgever vindt dat zijn personeel naar kantoor moet, is dat zijn goed recht. Hij betaalt ze nu eenmaal.

En natuurlijk wil niet iedereen de hele tijd thuiswerken. Sommigen hebben daar ook gewoon niet de faciliteiten voor, dat wordt wel eens vergeten. En bovenal kunnen jonge medewerkers best wat coaching en sturing gebruiken (dat vragen zij ook), en dat gebeurt vaak best op kantoor.

Maar los hiervan vind ik dat één of twee dagen thuiswerk moet kunnen. Toch als de job het toelaat en de medewerker zelf vragende partij is.

Donderdag is nieuwe maandag

Al bij al vond ik de reportage best grappig, en wel om twee redenen. Dat de medewerkers bij Striktly naar kantoor moesten komen om te socializen en te brainstormen, snap ik nog wel. Maar ironisch was dat daar in de reportage niks van te merken viel. Iedereen zat daar op kantoor activiteiten te doen, die hij of zij perfect thuis kon doen.

En ten tweede vond ik het grappig omwille van de reality check. We schrijven al ruim een jaar over het ‘hybride werken’. Experts vragen zich dan bijvoorbeeld af of nu twee dagen thuis en drie dagen kantoor (of omgekeerd) de ideale formule is.

Koffie

Onlangs schreef ik nog dat ‘donderdag de nieuwe maandag is’. En dan komt zo’n plaatselijke manager simpelweg op mijn tv vertellen dat iedereen in de week om zeven uur ’s ochtends naar kantoor mag trekken. Hij gaf wel toe dat dat niet leuk is, maar ‘dat de koffie veel goed maakt’. Dat mag ook wel als je elke werkdag naar Antwerpen centrum moet.

En weet je, die magie van dat koffieapparaat - en al die creativiteit die daar zouden ontstaan tussen collega’s - vind ik ferm overroepen. En iedereen weet intussen dat de koffie, die je bij veel bedrijven voorgeschoteld krijgt, ook gewoonweg niet te drinken is.

Deze column verscheen eerder op Computable.


Tuesday, September 21, 2021

Beleeft stiptheid een comeback?

Wat op kantoor geldt, blijkt zeker ook voor thuiswerkers het geval: wees op tijd. “Te laat komen plaatst je eigen ego boven dat van anderen.”

Duurde het op kantoor wel eens een tiental minuutjes vooraleer iedereen present gaf, dan beginnen die virtuele meetings doorgaans op tijd. Ook bij thuiswerk is stiptheid van tel, misschien zelfs nog meer, oppert Suzanne Lucas, columniste bij het zakenblad Inc. “Dat je letterlijk zittend in bed kunt werken, betekent niet dat je de klok kunt negeren”, stelt ze.

Veel jobs vereisen stiptheid. Zoals we van een leraar verwachten dat die bij het belsignaal op school is, omdat de leerlingen wachten. Of dat een advocaat op tijd in de rechtbank verschijnt, ongeacht de ochtendfile. Thuis heb je geen file, en soms gerichte afspraken. “En dat betekent dat je virtueel opdaagt wanneer mensen je verwachten.”

Je anders gedragen is, volgens Lucas, niet alleen onbeleefd en egoïstisch, het kan je ook je werk kosten. “Het maakt niet uit of je de beste advocaat van de hele wereld bent. Als je regelmatig te laat komt voor de rechtbank - ook virtueel - dan zullen je cliënt en je kantoor je laten vallen.”

Uit Jobat

Thursday, June 18, 2020

Mainframe van ING heeft probleem


Twee jaar na het invoeren van de GDPR-wetgeving toont de Belgische  Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) steeds meer haar tanden. Dat blijkt uit een aantal beslissingen. Met mijn persoonlijke favoriet: het mainframe van ING.

In de reeks van privacy- en GDPR-beslissingen die de GBA de voorbije maanden nam, vind ik die over het mainframe van de financiële groep ING het meest opvallend. Ook al dook die nog niet uitvoerig op in de pers.

e moet é zijn
Het verhaal gaat als volgt. Een klant van ING eiste dat zijn naam correct in de computersystemen moet worden bewaard. Dus mét het accent in de naam: é in plaats van e. Eén letter verschil met onnoemelijke gevolgen.

Op het eerste zicht een logische en (volgens de GDPR) legitieme vraag. Maar dat was buiten de legacy van ING gerekend. Want ING haar mainframe ondersteunde enkel EBCDI (extended binary-coded decimal interchange code), waarin de é niet voorkwam. Waardoor een juiste schrijfwijze onmogelijk of toch op zijn minst niet evident was.

Mainframe van 25 jaar oud

Het mainframe, die overigens zou dateren uit 1995, onmiddellijk wijzigen was volgens ING te duur en te ingrijpend. Want ING zou binnenkort toch overschakelen naar aan andere systeem die wel letters accenten ondersteunde.

Maar de GBA was het hier niet mee eens en vond het fundamenteel recht op verbetering aangetast. De zaak ging in beroep, naar het zogenaamde Marktenhof. Die de uitspraak bevestigde. ‘Noch een computerprogramma, noch te grote kosten, kunnen redenen zijn om GDPR-rechten van klanten te schenden’, zo was de redenering.

En daar is het Hof Van Cassatie

So far, so good? Hoe zou het intussen zijn met ING’s mainframe? Als we ING de vraag stellen, krijgen we eerst het vertrouwde antwoord. ‘ING heeft zich destijds tegen het verzoek van de klant verzet. We vonden dat de inspanningen en investeringen die hiervoor vereist waren niet in verhouding staan tot de vraag’, aldus Peter Dercon, woordvoerder van ING.

‘De implementatie van een oplossing heeft immers gevolgen voor vele tientallen toepassingen die hiermee samenhangen, wat dit tot een bijzonder complexe vraag maakt en veel tijd vereist’, benadrukt Dercon. Maar dat de Gegevensbeschermingsautoriteit ING daarin dus niet is gevolgd, dat geeft men bij ING ook toe.

Is hiermee de kous af? Toch niet. ‘ING heeft een regres ingediend bij het Hof van Cassatie, en verwacht nu haar arrest.’

Iedereen kan zaak beginnen

Wat ik vooral onthoud van de ING-zaak? De impact van het individu. Want in de meeste gevallen gaat de GBA tot actie over na een klacht van één klant.

Cruciaal is dat het bij zo’n klacht van een klant, dat het daar dan niet bij blijft. Neen, heel uw GDPR-aanpak wordt onder de loep genomen en door de mangel gehaald.

En dan komen ze dus terecht bij uw computersysteem. Of uw mainframe van 25 jaar oud.


Deze column verscheen eerder ook op Computable.be

Sunday, November 24, 2019

Make Belgium great again?



Privacy zit in een klein hoekje van het shopping center

Zondagavond rond 21 uur. Mijn smartphone licht op. Een Whatsapp bericht van een collega. Ik zie mezelf in een wazige foto in een shopping center. ‘Bekende collega gespot op tv’, staat er bij de foto.

Blijkbaar dook ik dezelfde avond op in het televisieprogramma Make Belgium great again. Ik was me van geen kwaad bewust. Als ik het programma bekijk, blijkt het thema van de uitzending te draaien rond intolerantie ten aanzien van homo’s en lesbiennes.

Ik werd stiekem gefilmd, al wandelend in een shopping center, terwijl ik een hevig kussend homo-koppel passeer. Ik kijk in dat filmpje heel even op, maar dat zou ik ook gedaan hebben als daar een heterokoppel in de weg had gestaan. Net zoals ik naar een of andere promo in een etalage had gekeken.

De onderschatting

Whatever, denk ik. Het is maar enkele seconden televisie. Ik reageer laconiek naar mijn Whatsapp-collega. ‘Blijkbaar ben ik gefilmd terwijl ik iets ging kopen in het shopping center. Dat moet geweldige televisie hebben opgeleverd’, stuur ik terug. En ik zet er de nodige emoticons achter.

Ik krijg wel vaker reacties op columns en artikels, vaak via sociale media. Ik denk dat ik daar intussen een soort van olifantenvel voor heb ontwikkeld. Maar deze keer heb ik het onderschat. Want de dag nadien komen nog reacties, via via. De word of mouth doet zijn werk. In het digitale tijdperk volgt de aftermath. De beelden duiken op heel wat zustersites op van VTM, de commerciële zender achter het programma.

Mijn optreden bereikt ook een overste die zelf homo is. En dan begint het mij te dagen: ik was onderdeel van een experiment. Ik moest de intolerante of homo-onvriendelijke klant spelen. Zo stond het in het script. Dat was de bedoeling. En zo word ik in beeld gebracht. ‘Ze lopen er met een grote boog omheen’, reageert een ander homokoppel in de uitzending als ze de beelden grondig inspecteren. Dat was ten eerste niet echt bewust het geval en ten tweede kan ik dat kussend homokoppel (dat ik in een flits had gezien) natuurlijk ook moeilijk omver lopen.

Ik krijg een ongemakkelijk gevoel. Want love is all. Het kan mij verdorie helemaal niet schelen wie op wie verliefd wordt en wie met wie muilt, zelfs al is het in een shopping center. Ik vind het allemaal prima. Mannen met elkaar, vrouwen met elkaar. Zelfs mannen met vrouwen: moet kunnen.

Intussen denk ik terug aan het huwelijk van mijn nichtje twee jaar geleden. Zij trad daar zij in het huwelijk trad met haar bruid. Ik vond het geweldig en heb toen nog gespeecht op hun feest.

De mails

Tijd voor actie. We contacteren VTM met de vraag om de beelden te verwijderen. Niet enkel blurren maar verwijderen. Maandagavond, terugkerend van de stuurgroep voor de vakbeurs Infosecurity, surf ik in de trein op mijn smartphone naar de Raad van Journalistiek om uit te zoeken hoe je een klacht kan indienen. Ik wil niet tot het eind van mijn dagen online of op tv (tijdens de zoveelste zomerherhaling) die beelden zien passeren. Ik bereid me voor. Eindelijk.

VTM reageert niet meteen op telefoon en mail. Maar uiteindelijk krijgen we dinsdag een mail. ‘We hebben tijdens deze opname wel degelijk toestemming gevraagd aan de personen die passeerden, maar jullie zijn vermoedelijk tussen de mazen van het net geglipt’, lezen we. En zuchten.

De beelden worden uiteindelijk verwijderd. Zustersite HLN is iets moeilijker, mede omdat die redactie niet telefonisch bereikbaar is. Wat later op de dag is het filmpje daar ook verdwenen. Het doet me denken dat ze daar intussen ook wel beseffen dat ze in de fout zijn gegaan. ‘Schrijf er een column over. Dat doe jij toch’, zegt een goede vriend met wie ik dinsdagavond in de stad iets ga eten en over het voorval vertel. ‘Ze zullen het wel lezen. En terecht. Want dit is niet koosjer’, vertelt hij.

De illusie

En zo geschiedde. Sinds zondag 21.00 uur zijn we alvast een illusie armer. Er wordt vaak gezegd dat privacy niet meer bestaat. Ik dacht altijd dat dat dan ging over mensen die ongecontroleerd foto’s posten op Instagram. Of hun privacy settings op Facebook wagenwijd open gooien.
Maar het kan dus ook als je even iets gaat kopen in een shopping center. Great.

Monday, September 2, 2019

Een brief voor Jozef



Zegt de naam Jozef Verellen u iets? Ik kende de man zelf ook niet. Maar ik kreeg verkeerdelijk post op zijn naam. Die viel bij mij in de brievenbus. Het enige wat juist bleek, was zijn gemeente en huisnummer. De straat en dus ook zijn naam bleken fout. Het ging om een rekening (denk ik) van Engie. Ik merkte de brief zonet op terug uit een korte vakantie.

BPost & Telenet

Dergelijke fouten zijn schering en inslag. Ik woon met mijn woonwijk namelijk toevallig op een Bpost oefenronde. Althans dat heeft een postbode mij onlangs verteld. Dat betekent dus blijkbaar dat er af en toe eens iets misgaat, zo gaat dat met opleidingen. Een brief die niet aankomt of eentje (zoals die van Jozef) die bij mij terecht komt.

Twee maanden geleden was er een factuur voor mij bestemd van Telenet verloren gegaan. Niet toegekomen. Waardoor ik tien euro aanmaningskosten zou moeten betalen. Dat is een gebruikelijke procedure bij Telenet, die wel eens voor gemor zorgt. ‘Dus Telenet boekte in 2018 een winst van ruim 250 miljoen euro en als Jan Straat niet op tijd kan betalen dan eist hij 10 euro 'extra diensten'. Hoe klein is dat?’, zo liet een Computable-collega zich onlangs ontvallen. En hij heeft een punt.

Proximus

Waarom maak je geen gebruik van digitale facturen, vroeg iemand me onlangs? Wel eerlijk gezegd: omdat er maar weinig systemen zijn die me echt kunnen bekoren (ook niet die van Telenet overigens).

Ik hoor dat ook van anderen. Zij vertellen dan dat ze voor hun BTW-facturatie toch een papieren factuur moeten afleveren bij hun boekhouder. En dan is het best logisch dat die gewoon op papier binnenkomt dan dat je alles op het eind nog moet afprinten. Domiciliëring doe ik ook niet, al is het maar omdat ik liefst zelf beslis hoeveel en wanneer ik betaal.

Overigens is Telenet niet de enige telecomoperator waar klanten regelmatig sakkeren. Ook Proximus heeft een probleem op niveau van hun klantendienst, iets wat hun ceo onlangs zelf ook al toegaf.

Deze vakantie maakte VRT-reporter Ivan De Vadder zich via Twitter nog druk om de gsm van zijn partner. Die was, toen ze in de VS waren, afgesloten omdat de factuur drie dagen over tijd zou zijn. ‘Enige waarschuwing die we kregen: één sms. Enkele uren later was alles afgesloten’, schreef hij boos. Terwijl het volgens hem ging om iemand die al 25 jaar klant  was en nog nooit te laat betaalde. De Vadder diende later klacht in bij de ombudsman voor telecom.

Chatbots & kloteklanten

Ik blijf het verbazend vinden. We leven in een tijdperk van de customer journey. In tijden van artificiële intelligentie en chatbots, en nog nooit waren we zo ontevreden over klantendiensten.

Onlangs kwam ik thuis bij het opruimen op het boek ‘Kloteklanten’ van Egbert Jan van Bel. Het boek dateert uit 2007, en dat is voor de grote doorbraak van Twitter en Facebook.

Toen ik het boek onlangs nog eens doornam, bleek dat nog best actueel. Het gaat over bedrijven die totaal vervreemd zijn van hun klanten. Over organisaties die zich verschuilen achter e-mailformulieren of callcenters. ‘Je moet een soort van geheime code kennen om er nog iemand van vlees en bloed aan de lijn te krijgen’, klinkt het.

Eneco

Het is overigens niet enkel de telecomsector die in het bedje ziek is. Bij nutsbedrijven is het niet veel beter. Zo slaagde Eneco, mijn energieleverancier, er onlangs in om (ongevraagd en onaangekondigd) de laatste drie facturen via de post naar mijn vorig postadres te sturen. Een appartement waar ik al acht jaar niet meer woon. Om vervolgens vorige week via e-mail een factuur met herinneringskosten te sturen.
Toegegeven, als je dan uiteindelijk een mens van vlees en bloed aan de lijn krijgt, komt het meestal wel in orde. Een optimale klantenbeleving is het uiteraard niet. Het is vervelend. En bovendien: het betert niet.

Hoe is het overigens afgelopen met de brief van Jozef Verellen? Wel, ik heb meteen na mijn vakantie zijn ongeopende Engie-brief in de bus gedaan. In de hoop dat hij de aanmaningskost nog kan vermijden. Maar dat zal hij helaas via de klantendienst moeten doen. Ik wens Jozef alvast het allerbeste.

Uit Computable.be

Tuesday, June 4, 2019

Halte Muggenberglei


“Stel je deze vraag als journalist of gebruiker?” De woordvoerder van De Lijn reageert kort op mijn mail.

Wel, als allebei eigenlijk. Woonwerkvervoer is het coverthema in deze MARK Magazine. En tegelijk heb ik al enkele keren in en rond het Antwerpse tevergeefs op mijn bus gewacht. Die bleek meer dan eens afgeschaft. Daar stond ik dan. Er was zelfs één keer dat ik hulp moest inroepen van mijn familie, omdat ik schrik had dat ik anders niet thuis zou geraken.

Al was het daar ook best gezellig aan die bushalte aan de Muggenberglei. Ik maakte kennis met een tennisleraar, een andersvalide dame en met een jongeman die in het centrum bij een kledingketen werkt.

Maar ik had met hen te doen. Zij hebben die bus elke dag nodig om op hun werk (en thuis) te geraken. En dan is het gewoon niet fijn dat je er niet op kan rekenen. “Eén keer kan ik mijn baas nog wel vertellen dat mijn bus niet kwam opdagen. Twee keer misschien ook nog, daarna niet meer”, vertelde de jongeman.

De woordvoerder erkende het probleem. “Er vallen soms ritten weg omdat het chauffeursbestand momenteel niet op volle sterkte is. Buschauffeur is een knelpuntberoep. Daarnaast voelen we de concurrentie op de arbeidsmarkt van de haven: die vist in dezelfde vijver”, klonk het.

Twee zaken moeten het bustekort oplossen: overuren en aanwervingen. Wat dat laatste betreft steekt De Lijn een tandje bij. “Ook 50-plussers zijn van harte welkom”, zei hij. Een mededeling die ik maar al te graag deel. Want het openbaar vervoer is voor mij toch het vervoer van de toekomst.

Dus beste De Lijn, ik reken erop dat jullie snel opnieuw elke aangekondigde bus doen rijden. En ik denk dat mijn vrienden aan halte Muggenberglei er ook zo over denken.

Uit MARK Magazine

Saturday, January 26, 2019

Phishing & cybercrime for dummies


Wat klinkt als een basiscursus phishing en cybercriminaliteit gebeurde vorig weekend met de Brusselse technotempel The Fuse. Cybercriminelen stuurden feestgangers naar een valse website voor al even valse tickets.


Na een renovatie van bijna twee jaar is de Brusselse Hallepoorttunnel sinds vorige zondag opnieuw permanent open. Om dat te vieren mocht technoclub Fuse de tunnel zaterdagnacht gebruiken voor een eenmalige raveparty in de unieke setting van de tunnel.

Valse domein van één dag

De tickets die The Fuse voorzag voor het feestje dit weekend in de Brusselse waren snel de deur uit. Al was dat buiten cybercriminelen gerekend. Via Facebook-advertenties werden geïnteresseerden omgeleid naar een ticket-pagina op fusebrussels.be.

Maar fusebrussels.be is niet de juiste URL van de technotempel, dat is Fuse.be. Een nazicht bij DNS bevestigt dat. Fuse.be is reeds in 1998 aangemaakt. Terwijl het domein FuseBrussels.be blijkt aangemaakt te zijn op 18 januari en staat die sinds 19 januari in quarantaine. Het domein was dus slechts één dag actief.

Particuliere registratie


Lut Goedhuys, business development manager bij DNS, bevestigt aan Computable dat de registratie van fusebrussels.be door een privépersoon gebeurde. Al kan of mag ze daar verder niets over zeggen. ‘Volgens onze procedures en de GDPR is het voor ons niet mogelijk om hier meer informatie over te bezorgen’, zo klinkt het. ‘Gedupeerden die klacht willen neerleggen, kunnen zich wenden tot het meldpunt van de FOD Economie. Dat is de aanpak voor dergelijke situaties.’

Bij Fuse zelf beamen ze de pogingen. ‘Er zijn een enorme hoeveelheid oplichters aan het werk die valse kaartjes proberen te verkopen. We hebben er een aantal ontdekt’, zo staat er op hun officiële Facebook-pagina.

Lucratief

Volgens Nathalie Van Raemdonck , associate analyst op het vlak van cyberdiplomatie bij het EU Institute for Security Studies die melding maakte van de gebeurtenis, zijn door de fake website toch wel wat slachtoffers gevallen. ‘De teller stond al op 2.800 slachtoffers, aan 22,5 euro per stuk, dat is goed verdiend’, zo merkte ze op een bepaald moment op via haar Twitter account. Of hoe cybercriminaliteit behoorlijk lucratief kan zijn.

Dit artikel verscheen eerder deze week op Computable

Tuesday, January 22, 2019

Vijf carrièrelessen van Peter Paul Rubens




Ruim 350 jaar na zijn dood is Peter Paul Rubens nog altijd springlevend. Het Barokjaar in Antwerpen was aan hem gewijd en met De kindermoord in Bethlehem hangt zijn duurste schilderij tot maart in het Rubenshuis. Maar wat kun jij voor je carrière leren van Rubens?

1. Wees diplomatisch


Rubens was welbespraakt. De man sprak maar liefst zeven talen. Een man van de wereld met een innemende persoonlijkheid. En door zijn artistieke talent ook een heel gerespecteerde gast bij de Europese hoven en in de hoogste kringen. Een topdiplomaat dus. Aartshertogin Isabella van Spanje zond hem zelfs over heel Europa uit om te onderhandelen over een mogelijke vrede tussen Spanje en Engeland. Dat hij zelf in volle oorlog was opgegroeid, speelde ook een rol. 

2. Gebruik je tijd efficiënt 


Meer dan 3.500 kunstwerken zijn toe te schrijven aan Rubens. Dat zijn er tien keer zo veel als zijn collega en tijdgenoot Rembrandt. Hij moet de kunstenaar met de volste agenda uit de (kunst)geschiedenis geweest zijn. “Een goede organisator en multitasker. Hij kon tegelijk schilderen, een gast ontvangen en een brief dicteren aan een van zijn assistenten”, aldus Ben van Beneden, directeur van het Rubenshuis, onlangs in Het Nieuwsblad.

3. Denk aan je work-life balance


Rubens vond als veelgevraagde schilder en gedreven zakenman toch ook nog tijd voor familie. Hij trouwde twee keer en kreeg acht kinderen. Zijn laatste vrouw schonk hem vijf kinderen. En voor haar ging Rubens het zelfs rustiger aan doen in de laatste tien jaar van zijn leven.

4. Verzorg je netwerk (en uiterlijk)


Rubens was een netwerker nog voor er sprake was van netwerkrecepties en sociale media. Hij schakelde influencers in, die over hem spraken in de betere kringen. Hij portretteerde zichzelf ook graag als een man van aanzien. Met de kleren van een politicus of zakenman. En dus niet als kunstenaar met een schildersezel.

5. Denk aan de centen


Als schilder en zakenman wist hij altijd zijn hoog aangeschreven en rijke klanten te behagen. Maar tegelijk kon hij stevig onderhandelen over de prijs van zijn kunstwerken. En hij liet zich ook geen werk afsnoepen. Rubens past dus zeker niet in de rij van kunstenaars die berooid stierven. Bij zijn overlijden in 1640 was hij naar verluidt zelfs een van de rijkste mensen van de Spaanse Nederlanden.

Dit artikel verscheen eerder al in MARK Magazine

Wednesday, January 2, 2019

De vele gezichten van identiteitsfraude




Wat hebben zwemmer Pieter Timmers, actrice Veerle Baetens, mode-expert Tiany Kiriloff en de ceo van het beveiligingsbedrijf Securitas met elkaar gemeen?

Alle vier werden ze onlangs slachtoffer van identiteitsfraude. Actrice en zangeres Veerle Baetens had maandenlang last van iemand die in haar naam berichten op Twitter zetten.

Bij mode-expert en fashionista Tiany Kiriloff was het (nog) iets heftiger. Haar Instagramprofiel werd virtueel gestolen, goed voor 191.000 volgers. Waardoor ze geen foto’s en berichten meer kon uploaden op haar account. ‘Broodroof’, zo reageerde Kiriloff op het voorval.

Meest opmerkelijk en ongelukkig

De meest opmerkelijke vorm va identiteitsfraude vind ik evenwel de derde: die met topzwemmer Pieter Timmers. De terroristen die betrokken waren bij de terreuraanslagen in Parijs en in Zaventem gebruikten valse identiteitsdocumenten om onderduikadressen te huren, en dus ook die van Timmers.

En de meest ongelukkige vorm was misschien dan weer bij Alf Göransson, de ceo van de Zweedse beveiligingsgroep Securitas. Zo werden Göranssons identiteitsgegevens misbruikt om in zijn naam een lening aan te vragen en een verzoek in te dienen om failliet verklaard te worden. Een rechtbank in Stockholm sprak dat faillissement ook effectief uit. Het kan dus de beste overkomen.

Geen misdrijf

De voorbeelden geven aan dat er – ook letterlijk - vele gezichten zijn van identiteitsfraude. Officieel houdt de term in dat criminelen-  de ene al erger dan de andere - een valse identiteit gebruiken of de identiteit van iemand anders ‘stelen’ om misdrijven te plegen.

Al duikt identiteitsfraude op bij allerlei vormen van criminaliteit, zoals illegale immigratie, mensenhandel, sociale fraude, oplichting en terrorisme. Al vallen wat mij betreft ook het stelen of hacken van (social media) accounts daar onder.

Middenvinger


Drie zaken vind ik opmerkelijk bij het fenomeen. Enerzijds dat identiteitsfraude geen misdrijf is op zich is. Terwijl het wel al drie jaar een prioriteit is in het Nationaal Veiligheidsplan voor onze politiediensten. Zo zet(te) de regering Michel bijvoorbeeld ook in op betere communicatie (ook via modernere webapplicaties) tussen overheidsdiensten als gemeente, gerecht en politie.

Ook de invoering van vingerafdrukken op onze identiteitskaart moet de fraude helpen indijken. Al vindt niet iedereen dat het gevaar op identiteitsfraude het rechtvaardigt om vingerafdrukken toe te voegen aan de Belgische identiteitskaart. De bekende komiek Michael Van Peel liet zich in deze context al ontvallen dat de enige vinger die ze van hem mochten registreren, zijn middenvinger was…

Duizend versus achtduizend gevallen

Hoe groot is het probleem van identiteitsfraude? Uit cijfers die de federale politie onlangs bekend maakte, en in De Tijd verschenen, bleek dat elke maand gemiddeld 703 gevallen van identiteitsfraude worden vastgesteld in ons land. Het gaat om situaties waarbij een valse identiteit of de identiteit van iemand anders is gebruikt of aangepast om een misdrijf te plegen.

Dat vind een tweede opmerkelijke vaststelling. Het aantal (officiële) fraudegevallen ligt hoger dan veel mensen denken. De voorzitter van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de privacy waakhond in ons land, had het enkele weken geleden nog over (slechts) ‘duizend gevallen van identiteitsfraude per jaar’. Maar alleen al vorig jaar telde de politie bijna 8.500 gevallen van identiteitsfraude.

Topje van ijsberg

Hoewel identiteitsfraude vaker voorkomt dan algemeen wordt aangenomen, geven de politiecijfers niet aan dat het fenomeen de jaren spectaculair toeneemt in ons land.
Maar die politiecijfers zijn maar het topje van de ijsberg, en dat is mijn derde (en misschien nog wel de belangrijkste) vaststelling. Uit Nederlands onderzoek van de Universiteit Leiden bleek onlangs dat bijvoorbeeld één op de twintig Nederlanders de voorbije jaren het slachtoffer zou zijn geweest van identiteitsfraude. Al doet slechts een kleine minderheid van de gedupeerden er aangifte van.

Meer verspreid

Kortom, het fenomeen lijkt veel meer verspreid, dan de officiële cijfers (en instanties) doen vermoeden. Maar dat komt natuurlijk ook omdat identiteitsfraude veel gezichten heeft.

Deze column verscheen eerder op Computable.be

Wednesday, August 22, 2018

Volgt ook God de GDPR?


De deurbel gaat. Via de videoparlofoon ziet ik twee heren van middelbare leeftijd voor de deur staan. Netjes in pak. Nog voor ik iets kan zeggen, vraagt één van hen of ze hun boekje in de brievenbus mogen stoppen. Natuurlijk mag dat.

Vrijwel meteen had ik door dat het om Jehovah-getuigen ging. Dat boekje heet ‘De Wachttoren’. ‘Houdt God van mij?’ staat op de cover bij een kindje dat angstig onder een boom zit.

Het is niet het eerste Jehovah-bezoek. Vorige keer moest ik ze beleefd afwimpelen toen ze heel graag over ‘mijn geloof’ wilden praten. Ik denk dat ze mijn straat (en deur) jaarlijks twee keer aandoen.

Eigenlijk heb ik er een beetje bewondering voor. Ik wil niet weten wat ze soms te horen krijgen tijdens hun queeste van deur tot deur. Maar zij kwijten zich nauwgezet van hun taak. Ook qua administratie. Toen ik vorige keer de delegatie in mijn straat zag, was iemand ijverig aan het noteren in een boekje.

Kan niet volgens GDPR

Dat noteren, zo bleek onlangs, is niet zo evident. Want ook een geloofsgemeenschap - zoals de Jehova's getuigen - moet zich aan de GDPR-regels houden. In hun geval gaat het dan om de persoonsgegevens van bewoners die ze verzamelen bij hun straat- en huisbezoeken. Ik denk dan aan naam, adres en – uiteraard - de geloofsovertuiging.

Want hoe je het draait of keert: tijdens zo’n deurgesprek (hoe kort ook) deel je mogelijk informatie over die geloofsovertuiging. Die informatie wordt naar verluidt ook soms op lijsten bijgehouden voor een eventueel later bezoek. Maar de bewoners zelf zijn daar vaak niet van op de hoogte. En dat kan niet volgens GDPR.

Finland

Het was de privacy-autoriteit in Finland die zich onlangs vragen stelde bij het verzamelen en verwerken van al die informatie. Op basis van hun bekommernis bevestigde het Europees Hof van Justitie dat ook een geloofsgemeenschap zich aan de Europese privacyregels moet houden.

Vrij vertaald: ook Jehova's getuigen mogen niet zonder de uitdrukkelijke toestemming van bewoners gegevens zoals hun naam, adres of geloofsovertuiging verzamelen, wanneer zij van deur tot deur hun geloof verkondigen. Dat is logisch, maar geeft ook wel aan dat de wetgeving behoorlijk ingrijpend kan zijn voor de werking van bepaalde organisaties. Ook diegene waar je niet meteen aan denkt.

God ziet alles

In mijn krant las ik de eerste reactie van woordvoerder van de Jehovah’s Getuigen in België. Ze waren daar op de hoogte van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Maar ze wilden er niet op reageren omdat ze eerst het vonnis wilden bestuderen.

Wat ik ook opmerkelijk vond: op de vraag of de Jehovah’s Getuigen België tot vandaag zulke lijsten bijhouden over hun afgelegde huisbezoeken, wilde de woordvoerder niet ingaan. Hoe het nu verder moest? Daarvoor verwees hij naar de interpretatie van de regering.

Dat laatste zou wel eens kunnen tegenvallen: op het kabinet van bevoegd staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer (Open VLD) was men alvast glashelder. 'God ziet misschien wel alles, maar dat wil niet zeggen dat Hij boven de nieuwe Europese privacywetgeving staat’, zo reageerde de woordvoerster daar laconiek.

Mailen niet evident

Ik heb vorige week nog met de juridische dienst van de Jehovah’s Getuigen gemaild (voor alles is een eerste keer). Dat bleek om te beginnen al niet zo makkelijk. Je moet je al suf zoeken vooraleer je op hun officiële website een e-mailadres terugvindt.

Wel items over ‘Goed met geld omgaan’ of ‘Hoe win ik het vertrouwen van mijn ouders’. Nu had ik niet verwacht dat je met een Getuige kon skypen, maar e-mail bleek dus niet zo evident. Uiteindelijk lukt het wel.

Bevestiging

In een antwoord via mail bevestigde de Jehovah-woordvoerder me uiteindelijk dat ‘de richtlijn door Jehovah’s Getuigen strikt wordt opgevolgd.’ Hij verwijst in zijn mail naar het privacybeleid op zijn website. Al wordt in dat beleid nergens de GDPR-wetgeving expliciet vermeld en gaat het toch vooral wat er op de website gebeurt.

Ik weet dus wat me te doen staat. Als de twee heren in pak volgende keer nog eens aanbellen, zal ik de deur openen. En ik zal hen vragen hoe het nu zit met die hele GDPR. En geheel in lijn van GDPR zal ik hen vragen welke data ze nu precies over mij bewaren en wat ze ermee doen.

Deze column verscheen eerder ook al op Computable.

Saturday, February 10, 2018

Iedereen Top Employer


Gisterenavond werden met een feestelijk diner de Top Employers 2018 bekend gemaakt. Ikzelf was daar niet bij, maar ik kon het hele feest de voorbije dagen volgen in mijn mailbox. Daar regende het persberichten van bedrijven die fier rondbazuinden dat ze de certificering als Top Employer hadden behaald.


Het begon al vorige week donderdag. Toen was er ook al een energiebedrijf bij dat, naar aanleiding van het behalen van hun certificaat, suggereerde om meteen hun hr-manager te interviewen. Terwijl de uitreiking nog moest gebeuren.

64 Top Employers

In totaal kreeg ik een tiental persberichten tot ik gisterenavond het ‘officiële’ persbericht van het Top Employers Institute ontving. Met daarop: een embargo dat vandaag afliep. Dat vond ik wel grappig. Heel veel namen uit dat officiële persbericht hadden ervoor al gecommuniceerd en dus blijkbaar voor hun beurt gesproken.

In totaal werden 64 nieuwe Top Employers voor België voorgesteld. Je begrijpt: als die allemaal met hun eigen certificaat beginnen zwaaien, zit je mailbox vol. Al snel had ik zo’n gevoel wat ik doorgaans bij verkiezingsavonden merk: iedereen komt zeggen dat ze gewonnen hebben.

Great Place to Work

Logische vraag: hoe kan je Top Employer worden? Een bedrijf krijgt zo’n certificaat, zo lees ik op de website van Top Employers, na het invullen van de HR Best Practices Survey, die gecontroleerd wordt en een externe audit.

Inzake het aantonen dat je een interessante/top-werkgever bent, zijn er in ons land overigens twee grote ‘instituten’, letterlijk zelfs. Enerzijds is er dus Top Employers van Het Top Employers Institute van gisterenavond (en vandaag waarschijnlijk nog de hele dag in mijn mailbox).

Anderzijds is er Great Place to Work Institute, dat in ons land wordt ondersteund door Vlerick Business School. Persoonlijk schat ik dat laatste initiatief zelfs ietsje hoger in. Niet zozeer omdat Vlerick erachter zit, maar wel omdat het eindresultaat daar voor een groot deel wordt bepaald vanuit een brede rondvraag bij het personeel zelf. Dat lijkt bij Top Employers minder het geval.

The Voice

Maar we wijken af. Dat er intussen in ons land 64 Top Employers zijn, geeft toch vooral aan dat veel bedrijven werk willen maken van hun hr-beleid. Dat is ook nodig.

Onlangs maakte iemand me de vergelijking met het televisieprogramma The Voice. Moesten vroeger de kandidaten komen zingen, en draaiden de werkgevers hun stoelen om, net als de juryleden in The Voice, dan zijn de rollen nu vaak omgekeerd. Vandaag komen de bedrijfsleiders op auditie en zitten de kandidaten in de jurystoel. Als een bedrijf hen als muziek in de oren klinkt en bevalt, draaien zij hun stoel om. Zeker voor bepaalde it-functies en voor ingenieurs is dat het geval.

ict-sector best vertegenwoordigd

Net als vorig jaar is it sterk vertegenwoordigd bij de Top Employers. De ict-sector telt zelfs zestien Top Employers uit ons land. Dat zijn Accenture, Avanade, Capgemini, Cegeka, CGI Belgium, Cognizant, Dimension Data, DXC Technology, Orange, Ordina, SAP , SAS Institute, Smals, Sogeti, TATA Consultancy Services en Wolters Kluwer.

Geen enkele sector doet HET beter of komt nog maar in de buurt. Bovendien kwamen er met Avanade, Cegeka en DXC Technology ook enkele nieuwe namen bij. Het lijkt wel of elk ict-bedrijf Top Employer wil zijn.

Henry Ford

Hiermee geeft de ict-sector twee zaken aan. Enerzijds dat ze hun hr-beleid echt wel willen benchmarken. Mede gedreven door de ‘war for talent’ beseffen vele dat ze een tandje moeten bijsteken om de meest geschikte medewerkers aan te trekken.

Honderd jaar geleden kon Henry Ford nog stellen dat de klant gelijk welke kleur voor zijn wagen mocht kiezen, zolang die maar zwart was. Vandaag verwacht de consument meer keuze en meer kleur. Dat is bij een jobkandidaat niet anders.

Employer brand

Anderzijds beseffen dus steeds meer ict-bedrijven dat je niet alleen een merk moet zijn naar je klanten, maar ook naar toekomstige medewerkers. Een employer brand dus, een van de grote trends in hr. Het is goed dat met name de ict-sector zichzelf als Top Employer in de verf wil zetten, en hiermee een van de voorlopers is.
De vele mails in onze mailbox nemen we er dan maar bij.

Deze column verscheen op 7/2/2018 op Computable.be

Wednesday, January 31, 2018

Wat bedrijven kunnen leren van Olivier Deschacht


Soms kunnen bedrijven, HR-managers, ondernemers en recruiters inspiratie halen uit een wel zeer aparte bron: voetbal. En meer bepaald de Belgische voetballer Olivier Deschacht. Want er bestaat zoiets als het Olivier Deschacht-syndroom.

De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB ontving het voorbije jaar 258.124 vacatures, bijna 14 procent meer dan een jaar eerder. Nooit eerder werden zo veel vacatures aan de VDAB gemeld. Bijna een derde van die vacatures raakte niet ingevuld. De ‘war for talent’ lijkt dus volop aan de gang.


Frederik Anseel, professor bedrijfspsychologie aan King’s College London, gaf in een recente column, die in De Tijd verscheen, een originele invulling aan de uitdaging. “In een war for talent hebben bedrijven de neiging om talent buiten de organisatie te verheerlijken ten koste van het talent dat al in de organisatie werkt”, stelt Anseel. Hij omschrijft het als het Olivier Deschacht-syndroom, naar de Belgische voetballer bij Anderlecht, met onder meer deze lessen.

1. Denk aan eigen talent

Olivier Deschacht is al zestien seizoenen een trouwe maar eerder ondergewaardeerde Anderlecht-verdediger. In al die jaren kocht zijn club talloze andere verdedigers aan, maar geen enkele kon Deschacht echt lang uit de ploeg houden. Maar in veel andere bedrijven zouden de plaatselijke Deschachts al lang vertrokken zijn. “Uw inspanning om unieke talenten aan te werven, kan er dus voor zorgen dat u net meer talent verliest”, benadrukt Anseel.

2. School dat talent om

Veel bedrijven hebben niet altijd een goed zicht op alle talenten van hun mensen. Daardoor benutten ze ook niet hun volledige potentieel. Zo was Deschacht als voetballer aanvankelijk een linksbuiten, maar werd hij omgeschoold tot een vrij succesvolle verdediger. “Mensen doen soms niets meer dan wat van hen verwacht wordt. Maar dat beperkt uw zicht op hun talenten, ook de onontdekte.”

3. Leve de ancien

Naast de bevindingen van Anseel, kunnen bedrijven ook wat leren over de eerbied voor anciënniteit. Deschacht, die volgende maand 37 wordt, is in voetbaltermen eigenlijk al pensioengerechtigd. Maar de club bleef (noodgedwongen) een beroep doen op de voetballer, ook voor de moeilijke Europese matchen.


Artikel verscheen op 19 januari in MARK Magazine en op 27 januari in Jobat.

Sunday, November 26, 2017

België – Nederland anno 2017


Ik was gisteren aanwezig op de award-verkiezing van Computable in Nederland. Mooi event, veel volk en flink wat ambiance. De voorbije jaren bezocht ik in België enkele gelijkaardige events. Soms presenteerde ik ze ook zelf. Waardoor ik de it-markt in België en Nederland best goed kan vergelijken. Een rondje België-Nederland in zes games.

1. In Nederland is iedereen gelijk

Eerst even de algemene indruk: Nederlanders zijn gedisciplineerder dan Belgen. Dat blijkt ook op gala-avonden als de Computable Awards. In België wordt de dress code ‘black tie’ op de uitnodiging meer genegeerd dan gerespecteerd. In Nederland houdt iedereen (en dan bedoel ik ook echt iedereen) zich aan deze dress code.

2. België in opmars

Op naar het inhoudelijk luik. Met de vaststelling dat Belgische it-bedrijven de laatste jaren komen opzetten in Nederland. Dat wist ik al, maar je ziet het ook op events als deze. Bedrijven als Cegeka, Teamleader, Sentia en Securelink waren gisteren bijvoorbeeld prominent aanwezig of genomineerd. Bij sommige it-bedrijven verloopt de Belgische opmars misschien niet via de grote poort, maar via de artiesteningang. Een bedrijf als Ordina heeft sinds kort bijvoorbeeld een Belg als ceo.

3. Lang leve de oudjes

In Nederland waren enkele er ‘nieuwe’ namen bij de winnaars. Dan denk ik aan Amazon dat voor de eerste keer de award van ‘cloud-aanbieder van het jaar’ wegkaapte, en daar de dag nadien ook fier een persbericht over verstuurde. Al hebben de oudjes nog lang niet afgedaan in zakelijke it. Zo wonnen onder meer gevestigde namen als Dell, Microsoft, Symantec en Cisco een award. IBM zelfs drie. New kids on the block kan je hen bezwaarlijk noemen.

4. Grote verschillen in lage landen

Verder viel het me andermaal op dat België en Nederland, zelfs in een redelijk globale markt als it, behoorlijk verschillen. Dat ik als Belgische toeschouwer de genomineerde Nederlandse start-ups niet kende, lijkt me logisch. Net als misschien de typische dienstverleners voor de Nederlandse kmo. In de rubriek ict-detacheerder van het jaar waren er van de tien genomineerden dan weer acht die bij mij niet echt een belletje deden rinkelen, al kende ik winnaar Brunel wel.

5. Blockchain is de nieuwe cloud

Jarenlang ging was het allemaal cloud wat de klok sloeg bij it-projecten, en dus ook awards. Maar vandaag zijn er andere hypes. Virtual reality bijvoorbeeld. Of nog meer: blockchain dat in Nederland de kern vormde van twee winnende it-projecten.

6. Microsoft is het nieuwe Apple

Tenslotte nog over de afhandeling zelf. Zowel in Nederland als in België zijn er partijen die hun award niet komen afhalen. Apple is hierin een meester. Die komen eigenlijk nooit en vinden dat bljkbaar normaal. Ook Google is wat dat betreft geen makkelijke klant. Zelf is het me voor een Belgisch event ooit wel eens gelukt om na lang zeuren en de nodige pendeldiplomatie iemand van Google op een podium te krijgen. Al was dat maar omdat de award werd uitgereikt door prins Laurent. Daar wilden ze bij Google blijkbaar wel voor buitenkomen.


In Nederland was deze keer Microsoft de grote afwezige. Wel winnaar als ‘digital company van het jaar’, maar geen vertegenwoordiging in de zaal. Misschien voor volgende keer toch maar eens een prins contacteren.

Column verscheen op computable.be

Thursday, November 16, 2017

Mobiel betalen, kan jij het nog volgen?

Met de nfc-app van Bancontact en de verwachte komst van Apple Pay zit mobiel betalen in ons land in een stroomversnelling. Terwijl er al betaalapps als Paconiq en Seqr bestaan. Kan jij nog volgen? Ik bracht er een bijdrage over in 'De Wereld Vandaag' en schreef erover voor Computable.

Een wildgroei van betaaloplossingen. Die vinden we vandaag terug in ons land. Met initiatieven van banken (ING, BNP,…), payment service providers (zoals Bancontact), technologiereuzen (Google, Apple) en techbedrijven (SEQR). Allemaal willen ze het heft in handen nemen. Met deze initiatieven tot gevolg. Wij wikken en wegen.

1. nfc-app van Bancontact

Een belangrijke zet in het verhaal rond mobiel betalen in België: Bancontact heeft zijn mobiele app ook geactiveerd voor contactloos betalen. De nieuwe technologie werkt op Android-telefoons en enkel via near field communication. De nfc-chip in je smartphone maakt een verbinding met het magnetische veld rond de betaalterminal, waarna alle data nodig voor de betaling uitgewisseld worden.

Om af te rekenen, volstaat het om je smartphone langs de betaalterminal te houden. Zwaaien is betalen. Er is geen internetverbinding nodig. Voor kleine bedragen (onder de 25 euro) is de pincode niet meer nodig. Bij bedragen hoger dan 25 euro moet je altijd een pincode ingeven, net als wanneer de opgetelde aankopen het bedrag van 50 euro overschrijden.

Voordeel: de Bancontact-app wordt ondersteund door 20 banken en is beschikbaar voor 99 procent van alle Bancontact-kaarthouders in België. Bovendien lijkt NFC sneller te werken dan de eerder gelanceerde QR-variant van Bancontact waarbij je een QR-code moet scannen én je pincode ingeven.

Nadeel: De contactloze technologie is enkel beschikbaar voor smartphones die een nfc-chip hebben (de meeste) én op het Android-besturingssysteem draaien. Geen iPhones dus, omdat Apple de nfc-chip van al zijn toestellen afschermt (al kan je met QR wel betalen met iPhone en Windows). Het lukt ook niet op alle betaalterminals, ook al ondersteunt intussen meer dan twee derde in België reeds de NFC-technologie.

2. Payconiq van ING

Payconiq was aanvankelijk een initiatief van de bank ING, maar vervolgens sprongen ook KBC en Belfius mee op de kar. De transactie verloopt volledig tussen de smartphone van de klant en de pc van de handelaar. Vooral in kleinhandelszaken zoals bakkers, frituren, modewinkels en bloemisten doet Payconiq het goed, terwijl het betalingssysteem nog maar van vorig jaar bestaat. Klanten kunnen betalen door het scannen van een QR-code of een directe link naar de app.

Voordeel: Handelaars hebben geen betaalterminal meer nodig. Daarmee vallen dus ook de kosten voor het gebruik van zo’n terminal weg.
Nadeel: Het systeem is momenteel enkel bestemd voor bankklanten van ING, KBC en Belfius.

3. Android Pay van BNP

Bancontact was enkele dagen geleden niet de eerste met een nfc-aankondiging. BNP Paribas Fortis  lanceerde een half jaar geleden namelijk al Android Pay in ons land. Daarmee kunnen gebruikers van een Android-smartphone ook via de nfc-technologie contactloos betalen in de winkels die een terminal hebben met nfc. Door Android Pay besloot BNP het Payconiq-project even links te laten liggen. KBC doet op zijn beurt dan weer wel mee met Android Pay van BNP.

Voordeel: gebruik van nfc
Nadeel: Enkel voor klanten van BNP en KBC en enkel voor Android

Meer info op: http://www.computable.be/artikel/achtergrond/mobility/6238409/5594136/mobiel-betalen-kan-jij-nog-volgen.html