Saturday, January 26, 2019

Phishing & cybercrime for dummies


Wat klinkt als een basiscursus phishing en cybercriminaliteit gebeurde vorig weekend met de Brusselse technotempel The Fuse. Cybercriminelen stuurden feestgangers naar een valse website voor al even valse tickets.

Bron: Vice

Na een renovatie van bijna twee jaar is de Brusselse Hallepoorttunnel sinds vorige zondag opnieuw permanent open. Om dat te vieren mocht technoclub Fuse de tunnel zaterdagnacht gebruiken voor een eenmalige raveparty in de unieke setting van de tunnel.

Valse domein van één dag

De tickets die The Fuse voorzag voor het feestje dit weekend in de Brusselse waren snel de deur uit. Al was dat buiten cybercriminelen gerekend. Via Facebook-advertenties werden geïnteresseerden omgeleid naar een ticket-pagina op fusebrussels.be.

Maar fusebrussels.be is niet de juiste URL van de technotempel, dat is Fuse.be. Een nazicht bij DNS bevestigt dat. Fuse.be is reeds in 1998 aangemaakt. Terwijl het domein FuseBrussels.be blijkt aangemaakt te zijn op 18 januari en staat die sinds 19 januari in quarantaine. Het domein was dus slechts één dag actief.

Particuliere registratie


Lut Goedhuys, business development manager bij DNS, bevestigt aan Computable dat de registratie van fusebrussels.be door een privépersoon gebeurde. Al kan of mag ze daar verder niets over zeggen. ‘Volgens onze procedures en de GDPR is het voor ons niet mogelijk om hier meer informatie over te bezorgen’, zo klinkt het. ‘Gedupeerden die klacht willen neerleggen, kunnen zich wenden tot het meldpunt van de FOD Economie. Dat is de aanpak voor dergelijke situaties.’

Bij Fuse zelf beamen ze de pogingen. ‘Er zijn een enorme hoeveelheid oplichters aan het werk die valse kaartjes proberen te verkopen. We hebben er een aantal ontdekt’, zo staat er op hun officiële Facebook-pagina.

Lucratief

Volgens Nathalie Van Raemdonck , associate analyst op het vlak van cyberdiplomatie bij het EU Institute for Security Studies die melding maakte van de gebeurtenis, zijn door de fake website toch wel wat slachtoffers gevallen. ‘De teller stond al op 2.800 slachtoffers, aan 22,5 euro per stuk, dat is goed verdiend’, zo merkte ze op een bepaald moment op via haar Twitter account. Of hoe cybercriminaliteit behoorlijk lucratief kan zijn.

Dit artikel verscheen eerder deze week op Computable

Tuesday, January 22, 2019

Vijf carrièrelessen van Peter Paul Rubens




Ruim 350 jaar na zijn dood is Peter Paul Rubens nog altijd springlevend. Het Barokjaar in Antwerpen was aan hem gewijd en met De kindermoord in Bethlehem hangt zijn duurste schilderij tot maart in het Rubenshuis. Maar wat kun jij voor je carrière leren van Rubens?

1. Wees diplomatisch


Rubens was welbespraakt. De man sprak maar liefst zeven talen. Een man van de wereld met een innemende persoonlijkheid. En door zijn artistieke talent ook een heel gerespecteerde gast bij de Europese hoven en in de hoogste kringen. Een topdiplomaat dus. Aartshertogin Isabella van Spanje zond hem zelfs over heel Europa uit om te onderhandelen over een mogelijke vrede tussen Spanje en Engeland. Dat hij zelf in volle oorlog was opgegroeid, speelde ook een rol. 

2. Gebruik je tijd efficiënt 


Meer dan 3.500 kunstwerken zijn toe te schrijven aan Rubens. Dat zijn er tien keer zo veel als zijn collega en tijdgenoot Rembrandt. Hij moet de kunstenaar met de volste agenda uit de (kunst)geschiedenis geweest zijn. “Een goede organisator en multitasker. Hij kon tegelijk schilderen, een gast ontvangen en een brief dicteren aan een van zijn assistenten”, aldus Ben van Beneden, directeur van het Rubenshuis, onlangs in Het Nieuwsblad.

3. Denk aan je work-life balance


Rubens vond als veelgevraagde schilder en gedreven zakenman toch ook nog tijd voor familie. Hij trouwde twee keer en kreeg acht kinderen. Zijn laatste vrouw schonk hem vijf kinderen. En voor haar ging Rubens het zelfs rustiger aan doen in de laatste tien jaar van zijn leven.

4. Verzorg je netwerk (en uiterlijk)


Rubens was een netwerker nog voor er sprake was van netwerkrecepties en sociale media. Hij schakelde influencers in, die over hem spraken in de betere kringen. Hij portretteerde zichzelf ook graag als een man van aanzien. Met de kleren van een politicus of zakenman. En dus niet als kunstenaar met een schildersezel.

5. Denk aan de centen


Als schilder en zakenman wist hij altijd zijn hoog aangeschreven en rijke klanten te behagen. Maar tegelijk kon hij stevig onderhandelen over de prijs van zijn kunstwerken. En hij liet zich ook geen werk afsnoepen. Rubens past dus zeker niet in de rij van kunstenaars die berooid stierven. Bij zijn overlijden in 1640 was hij naar verluidt zelfs een van de rijkste mensen van de Spaanse Nederlanden.

Dit artikel verscheen eerder al in MARK Magazine

Wednesday, January 2, 2019

De vele gezichten van identiteitsfraude




Wat hebben zwemmer Pieter Timmers, actrice Veerle Baetens, mode-expert Tiany Kiriloff en de ceo van het beveiligingsbedrijf Securitas met elkaar gemeen?

Alle vier werden ze onlangs slachtoffer van identiteitsfraude. Actrice en zangeres Veerle Baetens had maandenlang last van iemand die in haar naam berichten op Twitter zetten.

Bij mode-expert en fashionista Tiany Kiriloff was het (nog) iets heftiger. Haar Instagramprofiel werd virtueel gestolen, goed voor 191.000 volgers. Waardoor ze geen foto’s en berichten meer kon uploaden op haar account. ‘Broodroof’, zo reageerde Kiriloff op het voorval.

Meest opmerkelijk en ongelukkig

De meest opmerkelijke vorm va identiteitsfraude vind ik evenwel de derde: die met topzwemmer Pieter Timmers. De terroristen die betrokken waren bij de terreuraanslagen in Parijs en in Zaventem gebruikten valse identiteitsdocumenten om onderduikadressen te huren, en dus ook die van Timmers.

En de meest ongelukkige vorm was misschien dan weer bij Alf Göransson, de ceo van de Zweedse beveiligingsgroep Securitas. Zo werden Göranssons identiteitsgegevens misbruikt om in zijn naam een lening aan te vragen en een verzoek in te dienen om failliet verklaard te worden. Een rechtbank in Stockholm sprak dat faillissement ook effectief uit. Het kan dus de beste overkomen.

Geen misdrijf

De voorbeelden geven aan dat er – ook letterlijk - vele gezichten zijn van identiteitsfraude. Officieel houdt de term in dat criminelen-  de ene al erger dan de andere - een valse identiteit gebruiken of de identiteit van iemand anders ‘stelen’ om misdrijven te plegen.

Al duikt identiteitsfraude op bij allerlei vormen van criminaliteit, zoals illegale immigratie, mensenhandel, sociale fraude, oplichting en terrorisme. Al vallen wat mij betreft ook het stelen of hacken van (social media) accounts daar onder.

Middenvinger


Drie zaken vind ik opmerkelijk bij het fenomeen. Enerzijds dat identiteitsfraude geen misdrijf is op zich is. Terwijl het wel al drie jaar een prioriteit is in het Nationaal Veiligheidsplan voor onze politiediensten. Zo zet(te) de regering Michel bijvoorbeeld ook in op betere communicatie (ook via modernere webapplicaties) tussen overheidsdiensten als gemeente, gerecht en politie.

Ook de invoering van vingerafdrukken op onze identiteitskaart moet de fraude helpen indijken. Al vindt niet iedereen dat het gevaar op identiteitsfraude het rechtvaardigt om vingerafdrukken toe te voegen aan de Belgische identiteitskaart. De bekende komiek Michael Van Peel liet zich in deze context al ontvallen dat de enige vinger die ze van hem mochten registreren, zijn middenvinger was…

Duizend versus achtduizend gevallen

Hoe groot is het probleem van identiteitsfraude? Uit cijfers die de federale politie onlangs bekend maakte, en in De Tijd verschenen, bleek dat elke maand gemiddeld 703 gevallen van identiteitsfraude worden vastgesteld in ons land. Het gaat om situaties waarbij een valse identiteit of de identiteit van iemand anders is gebruikt of aangepast om een misdrijf te plegen.

Dat vind een tweede opmerkelijke vaststelling. Het aantal (officiële) fraudegevallen ligt hoger dan veel mensen denken. De voorzitter van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de privacy waakhond in ons land, had het enkele weken geleden nog over (slechts) ‘duizend gevallen van identiteitsfraude per jaar’. Maar alleen al vorig jaar telde de politie bijna 8.500 gevallen van identiteitsfraude.

Topje van ijsberg

Hoewel identiteitsfraude vaker voorkomt dan algemeen wordt aangenomen, geven de politiecijfers niet aan dat het fenomeen de jaren spectaculair toeneemt in ons land.
Maar die politiecijfers zijn maar het topje van de ijsberg, en dat is mijn derde (en misschien nog wel de belangrijkste) vaststelling. Uit Nederlands onderzoek van de Universiteit Leiden bleek onlangs dat bijvoorbeeld één op de twintig Nederlanders de voorbije jaren het slachtoffer zou zijn geweest van identiteitsfraude. Al doet slechts een kleine minderheid van de gedupeerden er aangifte van.

Meer verspreid

Kortom, het fenomeen lijkt veel meer verspreid, dan de officiële cijfers (en instanties) doen vermoeden. Maar dat komt natuurlijk ook omdat identiteitsfraude veel gezichten heeft.

Deze column verscheen eerder op Computable.be

Wednesday, August 22, 2018

Volgt ook God de GDPR?

De deurbel gaat. Via de videoparlofoon ziet ik twee heren van middelbare leeftijd voor de deur staan. Netjes in pak. Nog voor ik iets kan zeggen, vraagt één van hen of ze hun boekje in de brievenbus mogen stoppen. Natuurlijk mag dat.

Vrijwel meteen had ik door dat het om Jehovah-getuigen ging. Dat boekje heet ‘De Wachttoren’. ‘Houdt God van mij?’ staat op de cover bij een kindje dat angstig onder een boom zit.

Het is niet het eerste Jehovah-bezoek. Vorige keer moest ik ze beleefd afwimpelen toen ze heel graag over ‘mijn geloof’ wilden praten. Ik denk dat ze mijn straat (en deur) jaarlijks twee keer aandoen.

Eigenlijk heb ik er een beetje bewondering voor. Ik wil niet weten wat ze soms te horen krijgen tijdens hun queeste van deur tot deur. Maar zij kwijten zich nauwgezet van hun taak. Ook qua administratie. Toen ik vorige keer de delegatie in mijn straat zag, was iemand ijverig aan het noteren in een boekje.

Kan niet volgens GDPR

Dat noteren, zo bleek onlangs, is niet zo evident. Want ook een geloofsgemeenschap - zoals de Jehova's getuigen - moet zich aan de GDPR-regels houden. In hun geval gaat het dan om de persoonsgegevens van bewoners die ze verzamelen bij hun straat- en huisbezoeken. Ik denk dan aan naam, adres en – uiteraard - de geloofsovertuiging.

Want hoe je het draait of keert: tijdens zo’n deurgesprek (hoe kort ook) deel je mogelijk informatie over die geloofsovertuiging. Die informatie wordt naar verluidt ook soms op lijsten bijgehouden voor een eventueel later bezoek. Maar de bewoners zelf zijn daar vaak niet van op de hoogte. En dat kan niet volgens GDPR.

Finland

Het was de privacy-autoriteit in Finland die zich onlangs vragen stelde bij het verzamelen en verwerken van al die informatie. Op basis van hun bekommernis bevestigde het Europees Hof van Justitie dat ook een geloofsgemeenschap zich aan de Europese privacyregels moet houden.

Vrij vertaald: ook Jehova's getuigen mogen niet zonder de uitdrukkelijke toestemming van bewoners gegevens zoals hun naam, adres of geloofsovertuiging verzamelen, wanneer zij van deur tot deur hun geloof verkondigen. Dat is logisch, maar geeft ook wel aan dat de wetgeving behoorlijk ingrijpend kan zijn voor de werking van bepaalde organisaties. Ook diegene waar je niet meteen aan denkt.

God ziet alles

In mijn krant las ik de eerste reactie van woordvoerder van de Jehovah’s Getuigen in België. Ze waren daar op de hoogte van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Maar ze wilden er niet op reageren omdat ze eerst het vonnis wilden bestuderen.

Wat ik ook opmerkelijk vond: op de vraag of de Jehovah’s Getuigen België tot vandaag zulke lijsten bijhouden over hun afgelegde huisbezoeken, wilde de woordvoerder niet ingaan. Hoe het nu verder moest? Daarvoor verwees hij naar de interpretatie van de regering.

Dat laatste zou wel eens kunnen tegenvallen: op het kabinet van bevoegd staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer (Open VLD) was men alvast glashelder. 'God ziet misschien wel alles, maar dat wil niet zeggen dat Hij boven de nieuwe Europese privacywetgeving staat’, zo reageerde de woordvoerster daar laconiek.

Mailen niet evident

Ik heb vorige week nog met de juridische dienst van de Jehovah’s Getuigen gemaild (voor alles is een eerste keer). Dat bleek om te beginnen al niet zo makkelijk. Je moet je al suf zoeken vooraleer je op hun officiële website een e-mailadres terugvindt.

Wel items over ‘Goed met geld omgaan’ of ‘Hoe win ik het vertrouwen van mijn ouders’. Nu had ik niet verwacht dat je met een Getuige kon skypen, maar e-mail bleek dus niet zo evident. Uiteindelijk lukt het wel.

Bevestiging

In een antwoord via mail bevestigde de Jehovah-woordvoerder me uiteindelijk dat ‘de richtlijn door Jehovah’s Getuigen strikt wordt opgevolgd.’ Hij verwijst in zijn mail naar het privacybeleid op zijn website. Al wordt in dat beleid nergens de GDPR-wetgeving expliciet vermeld en gaat het toch vooral wat er op de website gebeurt.

Ik weet dus wat me te doen staat. Als de twee heren in pak volgende keer nog eens aanbellen, zal ik de deur openen. En ik zal hen vragen hoe het nu zit met die hele GDPR. En geheel in lijn van GDPR zal ik hen vragen welke data ze nu precies over mij bewaren en wat ze ermee doen.

Deze column verscheen eerder ook al op Computable.

Saturday, February 10, 2018

Iedereen Top Employer

Gisterenavond werden met een feestelijk diner de Top Employers 2018 bekend gemaakt. Ikzelf was daar niet bij, maar ik kon het hele feest de voorbije dagen volgen in mijn mailbox. Daar regende het persberichten van bedrijven die fier rondbazuinden dat ze de certificering als Top Employer hadden behaald.

Het begon al vorige week donderdag. Toen was er ook al een energiebedrijf bij dat, naar aanleiding van het behalen van hun certificaat, suggereerde om meteen hun hr-manager te interviewen. Terwijl de uitreiking nog moest gebeuren.

64 Top Employers

In totaal kreeg ik een tiental persberichten tot ik gisterenavond het ‘officiële’ persbericht van het Top Employers Institute ontving. Met daarop: een embargo dat vandaag afliep. Dat vond ik wel grappig. Heel veel namen uit dat officiële persbericht hadden ervoor al gecommuniceerd en dus blijkbaar voor hun beurt gesproken.

In totaal werden 64 nieuwe Top Employers voor België voorgesteld. Je begrijpt: als die allemaal met hun eigen certificaat beginnen zwaaien, zit je mailbox vol. Al snel had ik zo’n gevoel wat ik doorgaans bij verkiezingsavonden merk: iedereen komt zeggen dat ze gewonnen hebben.

Great Place to Work

Logische vraag: hoe kan je Top Employer worden? Een bedrijf krijgt zo’n certificaat, zo lees ik op de website van Top Employers, na het invullen van de HR Best Practices Survey, die gecontroleerd wordt en een externe audit.

Inzake het aantonen dat je een interessante/top-werkgever bent, zijn er in ons land overigens twee grote ‘instituten’, letterlijk zelfs. Enerzijds is er dus Top Employers van Het Top Employers Institute van gisterenavond (en vandaag waarschijnlijk nog de hele dag in mijn mailbox).

Anderzijds is er Great Place to Work Institute, dat in ons land wordt ondersteund door Vlerick Business School. Persoonlijk schat ik dat laatste initiatief zelfs ietsje hoger in. Niet zozeer omdat Vlerick erachter zit, maar wel omdat het eindresultaat daar voor een groot deel wordt bepaald vanuit een brede rondvraag bij het personeel zelf. Dat lijkt bij Top Employers minder het geval.

The Voice

Maar we wijken af. Dat er intussen in ons land 64 Top Employers zijn, geeft toch vooral aan dat veel bedrijven werk willen maken van hun hr-beleid. Dat is ook nodig.

Onlangs maakte iemand me de vergelijking met het televisieprogramma The Voice. Moesten vroeger de kandidaten komen zingen, en draaiden de werkgevers hun stoelen om, net als de juryleden in The Voice, dan zijn de rollen nu vaak omgekeerd. Vandaag komen de bedrijfsleiders op auditie en zitten de kandidaten in de jurystoel. Als een bedrijf hen als muziek in de oren klinkt en bevalt, draaien zij hun stoel om. Zeker voor bepaalde it-functies en voor ingenieurs is dat het geval.

ict-sector best vertegenwoordigd

Net als vorig jaar is it sterk vertegenwoordigd bij de Top Employers. De ict-sector telt zelfs zestien Top Employers uit ons land. Dat zijn Accenture, Avanade, Capgemini, Cegeka, CGI Belgium, Cognizant, Dimension Data, DXC Technology, Orange, Ordina, SAP , SAS Institute, Smals, Sogeti, TATA Consultancy Services en Wolters Kluwer.

Geen enkele sector doet HET beter of komt nog maar in de buurt. Bovendien kwamen er met Avanade, Cegeka en DXC Technology ook enkele nieuwe namen bij. Het lijkt wel of elk ict-bedrijf Top Employer wil zijn.

Henry Ford

Hiermee geeft de ict-sector twee zaken aan. Enerzijds dat ze hun hr-beleid echt wel willen benchmarken. Mede gedreven door de ‘war for talent’ beseffen vele dat ze een tandje moeten bijsteken om de meest geschikte medewerkers aan te trekken.

Honderd jaar geleden kon Henry Ford nog stellen dat de klant gelijk welke kleur voor zijn wagen mocht kiezen, zolang die maar zwart was. Vandaag verwacht de consument meer keuze en meer kleur. Dat is bij een jobkandidaat niet anders.

Employer brand

Anderzijds beseffen dus steeds meer ict-bedrijven dat je niet alleen een merk moet zijn naar je klanten, maar ook naar toekomstige medewerkers. Een employer brand dus, een van de grote trends in hr. Het is goed dat met name de ict-sector zichzelf als Top Employer in de verf wil zetten, en hiermee een van de voorlopers is.
De vele mails in onze mailbox nemen we er dan maar bij.

Deze column verscheen op 7/2/2018 op Computable.be

Wednesday, January 31, 2018

Wat bedrijven kunnen leren van Olivier Deschacht


Soms kunnen bedrijven, HR-managers, ondernemers en recruiters inspiratie halen uit een wel zeer aparte bron: voetbal. En meer bepaald de Belgische voetballer Olivier Deschacht. Want er bestaat zoiets als het Olivier Deschacht-syndroom.

De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB ontving het voorbije jaar 258.124 vacatures, bijna 14 procent meer dan een jaar eerder. Nooit eerder werden zo veel vacatures aan de VDAB gemeld. Bijna een derde van die vacatures raakte niet ingevuld. De ‘war for talent’ lijkt dus volop aan de gang.


Frederik Anseel, professor bedrijfspsychologie aan King’s College London, gaf in een recente column, die in De Tijd verscheen, een originele invulling aan de uitdaging. “In een war for talent hebben bedrijven de neiging om talent buiten de organisatie te verheerlijken ten koste van het talent dat al in de organisatie werkt”, stelt Anseel. Hij omschrijft het als het Olivier Deschacht-syndroom, naar de Belgische voetballer bij Anderlecht, met onder meer deze lessen.

1. Denk aan eigen talent

Olivier Deschacht is al zestien seizoenen een trouwe maar eerder ondergewaardeerde Anderlecht-verdediger. In al die jaren kocht zijn club talloze andere verdedigers aan, maar geen enkele kon Deschacht echt lang uit de ploeg houden. Maar in veel andere bedrijven zouden de plaatselijke Deschachts al lang vertrokken zijn. “Uw inspanning om unieke talenten aan te werven, kan er dus voor zorgen dat u net meer talent verliest”, benadrukt Anseel.

2. School dat talent om

Veel bedrijven hebben niet altijd een goed zicht op alle talenten van hun mensen. Daardoor benutten ze ook niet hun volledige potentieel. Zo was Deschacht als voetballer aanvankelijk een linksbuiten, maar werd hij omgeschoold tot een vrij succesvolle verdediger. “Mensen doen soms niets meer dan wat van hen verwacht wordt. Maar dat beperkt uw zicht op hun talenten, ook de onontdekte.”

3. Leve de ancien

Naast de bevindingen van Anseel, kunnen bedrijven ook wat leren over de eerbied voor anciënniteit. Deschacht, die volgende maand 37 wordt, is in voetbaltermen eigenlijk al pensioengerechtigd. Maar de club bleef (noodgedwongen) een beroep doen op de voetballer, ook voor de moeilijke Europese matchen.


Artikel verscheen op 19 januari in MARK Magazine en op 27 januari in Jobat.

Sunday, November 26, 2017

België – Nederland anno 2017


Ik was gisteren aanwezig op de award-verkiezing van Computable in Nederland. Mooi event, veel volk en flink wat ambiance. De voorbije jaren bezocht ik in België enkele gelijkaardige events. Soms presenteerde ik ze ook zelf. Waardoor ik de it-markt in België en Nederland best goed kan vergelijken. Een rondje België-Nederland in zes games.

1. In Nederland is iedereen gelijk

Eerst even de algemene indruk: Nederlanders zijn gedisciplineerder dan Belgen. Dat blijkt ook op gala-avonden als de Computable Awards. In België wordt de dress code ‘black tie’ op de uitnodiging meer genegeerd dan gerespecteerd. In Nederland houdt iedereen (en dan bedoel ik ook echt iedereen) zich aan deze dress code.

2. België in opmars

Op naar het inhoudelijk luik. Met de vaststelling dat Belgische it-bedrijven de laatste jaren komen opzetten in Nederland. Dat wist ik al, maar je ziet het ook op events als deze. Bedrijven als Cegeka, Teamleader, Sentia en Securelink waren gisteren bijvoorbeeld prominent aanwezig of genomineerd. Bij sommige it-bedrijven verloopt de Belgische opmars misschien niet via de grote poort, maar via de artiesteningang. Een bedrijf als Ordina heeft sinds kort bijvoorbeeld een Belg als ceo.

3. Lang leve de oudjes

In Nederland waren enkele er ‘nieuwe’ namen bij de winnaars. Dan denk ik aan Amazon dat voor de eerste keer de award van ‘cloud-aanbieder van het jaar’ wegkaapte, en daar de dag nadien ook fier een persbericht over verstuurde. Al hebben de oudjes nog lang niet afgedaan in zakelijke it. Zo wonnen onder meer gevestigde namen als Dell, Microsoft, Symantec en Cisco een award. IBM zelfs drie. New kids on the block kan je hen bezwaarlijk noemen.

4. Grote verschillen in lage landen

Verder viel het me andermaal op dat België en Nederland, zelfs in een redelijk globale markt als it, behoorlijk verschillen. Dat ik als Belgische toeschouwer de genomineerde Nederlandse start-ups niet kende, lijkt me logisch. Net als misschien de typische dienstverleners voor de Nederlandse kmo. In de rubriek ict-detacheerder van het jaar waren er van de tien genomineerden dan weer acht die bij mij niet echt een belletje deden rinkelen, al kende ik winnaar Brunel wel.

5. Blockchain is de nieuwe cloud

Jarenlang ging was het allemaal cloud wat de klok sloeg bij it-projecten, en dus ook awards. Maar vandaag zijn er andere hypes. Virtual reality bijvoorbeeld. Of nog meer: blockchain dat in Nederland de kern vormde van twee winnende it-projecten.

6. Microsoft is het nieuwe Apple

Tenslotte nog over de afhandeling zelf. Zowel in Nederland als in België zijn er partijen die hun award niet komen afhalen. Apple is hierin een meester. Die komen eigenlijk nooit en vinden dat bljkbaar normaal. Ook Google is wat dat betreft geen makkelijke klant. Zelf is het me voor een Belgisch event ooit wel eens gelukt om na lang zeuren en de nodige pendeldiplomatie iemand van Google op een podium te krijgen. Al was dat maar omdat de award werd uitgereikt door prins Laurent. Daar wilden ze bij Google blijkbaar wel voor buitenkomen.


In Nederland was deze keer Microsoft de grote afwezige. Wel winnaar als ‘digital company van het jaar’, maar geen vertegenwoordiging in de zaal. Misschien voor volgende keer toch maar eens een prins contacteren.

Column verscheen op computable.be