Friday, April 15, 2016

Wat is het Zweedse nationale voetbalelftal zonder Zlatan Ibrahimovic?



Wat als je bedrijf afhangt van één persoon? Het succes van teams hangt al te vaak af van één persoon. Wat is het Zweedse nationale voetbalelftal zonder zijn sterspeler, kapitein én enfant terrible Zlatan Ibrahimovic?

En wat met de Amerikaanse NBA-basketbalster LeBron James? Toen die in 2010 de Cleveland Cavaliers verliet, verloren ze maar liefst 26 wedstrijden op rij.

Sport en cultuur zijn sectoren waar vaak één persoon een gigantisch verschil kan maken. Toen de Oekraïense sterdanser Sergei Polunin bij het Royal Ballet de deur achter zich dichtsloeg, kreeg het balletgezelschap af te rekenen met een groot verlies aan de kassa.

Ook in het bedrijfsleven kan het verlies van een sleutelfiguur vernietigende gevolgen hebben. De Britse investeringsgroep Gartmore verloor op een paar maanden tijd zijn twee beste fondsenmanagers, waardoor klanten massaal wegliepen. Kort nadien halveerde het aandeel van Gartmore in waarde. Het bedrijf werd uiteindelijk overgenomen door concurrent Henderson Global Investors.

Tom Ford-syndroom

Het voorbeeld bij Gartmore lijkt uitzonderlijk, al kan het vertrek van bijvoorbeeld een verkoper of ontwerper een grote impact hebben. Vooral creatieve industrieën hebben hiermee te maken. Toen topontwerper Tom Ford ruim tien jaar geleden het modehuis Gucci verliet, werd gevreesd voor de toekomst van het merk. De vakpers had het over het ‘Tom Ford-syndroom’, een term die sinds dan in de modewereld courant is bij het verlies van een bepaalde sleutelfiguur.

Sterspelers en topontwerpers hebben vaak meer macht dan de topman van een organisatie. Bedrijven hebben hier vaak geen antwoord op. Al kan het nastreven van evenwicht in een belangrijk team wel helpen, naast het inplannen en opleiden van opvolgers.

Het is een artikel dat ik schreef voor Jobat en MARK Magazine, overigens ingegeven uit ervaring bij een vorig job. En ook omdat ik artikels over zakelijke of IT-onderwerpen altijd zo toegankelijk mogelijk wil houden.

Monday, February 22, 2016

Nachtdienst bij Google


In de thriller/drama 21: Las Vegas (het op ware feiten gebaseerde verhaal van enkele briljante MIT-studenten die een wetenschappelijk systeem hebben ontdekt om het Blackjack kaartspel te kraken en zo bakken geld te verdienen) zit één  opvallende scène, zeg maar de Google scène.

Het gaat om een scène in het begin van de film. Ben, een jonge wiskundeknobbel, krijgt de kans om een plaats in te nemen in het dream team, in de plaats van Jimmy. Jimmy stapte eruit omdat hij bij Google ging werken. "Waarom ging hij bij Google werken als hij met dit systeem schatrijk kon worden?", vraagt Ben zich af. "Het is Google, geen supermarkt", antwoord professor Micky Rosa, rol gespeeld door Kevin Spacey.

De scène zegt alles over de employer branding bij Google. Maar klopt niet altijd met de realiteit. Er zijn ook minder interessante en zelfs saaie jobs bij de zoekgigant. Sommige zijn zelfs hoogst onaangenaam.

Bij Google werken namelijk ook mensen die elke dag opnieuw geconfronteerd worden met de donkerste kanten van de mensheid. Ze spreken nooit op conferenties en zullen nooit interviews geven. Toch is hun bestaan en werk cruciaal voor het business model van Google. Je zal maar even wat zoekwoorden intypen op Google of YouTube en de grootste rotzooi krijgen....

Onlangs sprak iemand (op nieuwssite Buzzfeed) zijn mond voorbij en vertelde over dit soort van werk. Zijn dagtaak bestond er in om de ganse dag foto’s en films te bekijken van kinderporno, necrofilie, onthoofdingen, zelfmoorden, bestialiteit, fetisjisme en andere uitspattingen die via de diverse Googleproducten worden verspreid. Zo zijn er mensen die de nachtshift doen op YouTube. Zij krijgen als eerste de Al Qaeda-onthoofdingen te zien en de nodige kinderporno. Google zelf doet vrij geheimzinnig over dit team. De buitenwereld weet niet hoe groot het is, alleen dat het de laatste jaren is uitgebreid.


Ik sprak recent over de aanpak van Google in Radio1, naar aanleiding van de druk die de Britse overheid internetbedrijven oplegt om meer te doen tegen extremisme.

Sunday, February 21, 2016

En toen was er Computable




Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Met als gevolg dat ik sinds enkele weken betrokken bij Computable.be. Ik kwam in contact met de Nederlandse redactie ongeveer een jaar geleden, en sindsdien zijn we altijd contact blijven houden.

Waarom Computable.be? Omdat ik alles wat met zakelijke technologie (van datacenters, security, cloud, storage tot mobile devices) wil blijven opvolgen. De concrete aanleiding voor mezelf was een telefoontje van Radio1 enkele weken geleden rond de cloudplannen van Microsoft. Toen dacht ik: ik wil dit blijven opvolgen.

Computable focust zich op zakelijke technologie. We gaan geen smartphones bespreken, geen luidsprekers en zullen al het consumentennieuws van Mobile World en CES aan ons voorbij laten gaan. Tenzij het allemaal een grote impact heeft op bedrijven. Daarnaast blijf ik ook nog altijd als IT-journalist actief voor onder andere De Tijd, en hun bijlage Pulse.

Met Computable.be maak ik deel uit van de editorial board, en werk hierbij nauw samen met de Nederlandse redactie en het Belgische team.

Naast Computable.be sta ik, als hoofdredacteur, ook in voor:

- Jobat, met elk weekend publicatie in De Standaard, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. Ik schrijf elk weekend het artikel voor De Standaard, en coördineer de andere edities. Ik sta in voor Jobat print dat ook online verschijnt.

- MARK Magazine; een maandblad over employer branding. Voor mensen die voor merken willen werken, of er zelf een willen zijn. MARK verschijnt bij De Standaard en Het Nieuwsblad.

Friday, January 15, 2016

Wie wil er werken voor Oracle?


Wat ik altijd aanzag als een hard en ‘ieder voor zich’-bedrijf, is zowaar uitgegroeid tot een aantrekkelijke werkgever. Wat is er in godsnaam aan de hand met Oracle?


Laat ik hier al mee beginnen. Ik heb veel respect voor Oracle. Het is een van de grote namen in zakelijke IT. Begonnen met databanksoftware, en een resem overnames later biedt het een rijke portfolio aan business software (en hardware, ook al was dat volgens mij niet echt de bedoeling, maar soit).

Respect dus. Maar ook het besef dat Oracle zijn track record ergens aan te danken heeft. Want vergis je niet: het was (en is) bij momenten een hard bedrijf. Althans, dat heb ik de voorbije jaren regelmatig  gehoord van mensen die er werkten of er mee in contact kwamen. Het bedrijf werd centraal geleid en was (niet geheel verwonderlijk) erg sales gedreven.

Larry Ellison

Menig management expert zal het je bevestigen: een bedrijfscultuur wordt vooral gevormd door de persoon aan het roer. Bij Oracle was dat jarenlang Larry Ellison. Eén keynote van Ellison en je wist genoeg. Schelden op tegenstanders (Microsoft en SAP in eerste instantie) was jarenlang de norm.

Larry Ellison was een beetje de Alex Agnew van de internationale IT scène: grof gebekt en er soms een tikkeltje over. Zijn oneliners zijn niet te tellen. Ook al staat Larry niet meer aan het hoofd van het bedrijf , hij is er nog altijd executive chairman en CTO. En zijn geest waait er nog steeds rond.

Tripadvisor

In al die jaren heb ik als IT-journalist regelmatig klachten gehoord van bedrijven die met Oracle in de clinch lagen, niet in het minst over hun licentiepolitiek. Oracle is in dat opzicht niet de enige, maar toch. Hun naam dook vaak op. (http://blogs.wsj.com/cio/2014/09/21/oracles-big-challenge-is-more-culture-than-technology-cios-say/ )

Naast klanten zijn er ook de medewerkers. Een goede graadmeter om te weten te komen hoe het er in een bedrijf aan toe gaat, is vandaag een site als Glassdoor, een soort van Tripadvisor maar dan voor werkgevers. Werknemers geven er een inkijk hoe het is om bij bedrijven te werken. Oracle doet het hier niet slecht. Maar concurrenten als Microsoft, Salesforce en SAP doen het een stuk beter, met name inzake het onderdeel’ waarden en cultuur’. Google en Apple doen het zelfs veel beter. Dat zijn dan wel geen rechtstreekse concurrenten van Oracle, maar mogelijk wel op het rekruteringsfront.
Aantrekkelijk?

Ik moest dus toch even fronsen toen ik de blog van de managing director van Oracle Belux las. Daarin verklaarde hij waarom Oracle een van de opkomende aantrekkelijke werkgevers is. Oracle steeg namelijk 7 plaatsen in de lijst van Universum Global naar aantrekkelijkste werkgevers. Het staat op nummer 17 in de Belgische lijst van meest aantrekkelijke werkgevers. Vrij vertaald: op 16 bedrijven na willen studenten het liefst voor Oracle komen werken.

Dat onderzoek van Universum Global ken ik. Het is bekend in zijn genre, al is het toch vooral Amerikaans van inslag. Dat Oracle de 17e meest aantrekkelijke werkgever is, geldt overigens  enkel bij de IT-/wetenschappen- en ingenieur -studenten. In de lijst van business studenten kon ik Oracle, in tegenstelling tot Google en Microsoft, pas diep in het peloton terugvinden.

Employer satisfaction

Maar toch, laten we niet al te moeilijk doen. Oracle steeg zeven plaatsen. Op een jaar tijd is dat niet slecht. “We voorzien een leuke werkomgeving, (…) en daarnaast hebben we ook enkele programma’s ingevoerd waarbij we medewerkers horizontaal door de organisatie laten stromen. (…) En verder luisteren we vooral heel goed naar onze medewerkers”, haalde de managing director aan als verklaringen.

Zelf heb ik me de laatste tijd wat beziggehouden met employer branding, en ik juich de aandacht voor de medewerkers bij Oracle Belux toe. In vergelijking met sommige andere werkgevers lijken de initiatieven me niet uitzonderlijk. Maar toch, het besef is er. Al te vaak trachten werkgevers zich aantrekkelijk voor te stellen voor nieuwe medewerkers, en veronachtzamen ze wel eens de bestaande.

Lang leve de aantrekkelijke werkomgeving bij Oracle dus. Nu nog de business studenten overtuigen en binnenkort wil iedereen voor Oracle werken. Zolang ze Larry maar niet leren kennen.

Deze blog verscheen op Computable.be

Friday, July 31, 2015

Vertrek Minoc


Na 15 jaar Minoc, Smart Business, Business Meets IT en ZDNet ben ik toe aan een nieuwe uitdaging. Ik heb er ongeveer 150 nummers van Smart Business en zowat 50 keynotes op onze eigen seminars opzitten. Het is mooi geweest.

Ik ga vanaf midden augustus aan de slag bij Mediahuis (De Standaard, Het Nieuwsblad,...) en Content Connections (de Content Unit van Mediahuis) als coördinator voor Jobat en als hoofdredacteur van hun nieuwe business magazine MARK Magazine, dat zich focust op marketing en HR.

Intussen blijf ik aan de slag als IT-journalist, gespecialiseerd in zakelijke IT (enterprise software, datacenters, cloud, telecom & mobility, outsourcing, enterprise security & storage,...). Een job die ik voorheen ook al deed en zal blijven doen.

Nog een praktische opmerking: bij mijn afscheidsmail zette ik ook een wagen te koop (Audi A3). Maar deze was op drie dagen tijd reeds verkocht.

Wednesday, July 8, 2015

Me, myself & the prince (Smart Business Awards)




Bovenstaande beelden zijn er van de Smart Business Awards op 25 juni 2015. Prins Laurent uitnodigen op de Smart Business Awards bleek niet zo’n probleem. Google, de partij die de prijs overhandigd kreeg, tot bij u krijgen, bleek een ander paar mouwen.

Even de achtergrond situeren. Prins Laurent reed zelf naar Antwerpen om een award te overhandigen. Het is de vraag die elke organisator van een of ander event, zoals een award verkiezing, zich stelt: hoe krijgt u een hooggeplaatste gast zoals een minister of lid van de koninklijke familie zover dat ze u vereren met een bezoek?

In het geval van de Smart Business Awards opperde ik voor een Green IT award, en dan is de link met het koningshuis, en meer bepaald Prins Laurent logisch. Duurzaamheid is een thema waar de prins zich mee profileert. Eén e-mail naar de stichting van de Prins met een duidelijke motivatie bleek voldoende.

Onze mail werd een week later beantwoord met een papieren brief met als afzender uitsluitend: Paleis, Brussel. De collega keek even vreemd op bij het overhandigen van de enveloppe. In die brief viel te lezen dat de prins de uitnodiging in overweging nam.

Twee weken later kwam de uiteindelijke bevestiging via mail. Daarna nog enkele richtlijnen van zijn secretaris, maar zeker geen uitgebreid protocol. Laat staan een escorte of delegatie. De prins zou helemaal alleen komen, wat uiteindelijk ook effectief gebeurde. So far, so good.

 Geheim

Toen de koninklijke bevestiging binnenkwam was Google, de winnaar van de award al lang gecontacteerd. Zij waren bovendien ook voor twee andere categorieën genomineerd. Maar het bedrijf gaf eerst niet thuis.

E-mails van Smart Business collega’s bleven onbeantwoord. Toen een collega-journalist van ZDNet – in de marge van de persconferentie van het nieuwe datacenter te Bergen – de uitnodiging in herinnering bracht, was de reactie eerder lauwtjes.

De week ervoor hadden we overigens al gezocht naar het telefoonnummer van het Google-hoofdwartier in ons land. Dat bleek niet zo makkelijk te vinden. En we mailden onze uitnodiging in eigen naam naar de Belgische CEO van Google. Tevergeefs tot dusver.

De Nederlandse communications & public affairs manager van Google hoorde bij haar collega’s rond of iemand de award show wilde bijwonen, maar bevestiging bleef uit.

Ook toen ik als hoofdredacteur van Smart Business belde en alles nog eens uit de doeken deed (en het nog eens allemaal op mail zette) bleek er niet meteen schot in de zaak te komen. Dat Google waarschijnlijk in de prijzen zou vallen, werd toen al meegegeven. Dat is al meer dan gebruikelijk, want we proberen het uiteindelijke resultaat zo goed mogelijk geheim te houden.

Overigens: zo goed als alle IT-bedrijven die we gecontacteerd hadden voor onze awards, kwamen graag en vrijwel meteen. Waarschijnlijk omdat ze het gewoon een eer vonden om genomineerd te zijn.

Troefkaart

Op donderdag (zes uur vóór de uitreiking) zag het er slecht uit toen we de communications manager nogmaals aan de lijn kregen. “U wil niet weten voor hoeveel award uitreikingen wij worden uitgenodigd”, klonk het laconiek.

Op dat moment moet je de laatste troefkaart uitspelen. En vertellen dat ene Prins Laurent om 20.15 uur een award zou uitreiken aan Google, en dat het niet alleen voor ons maar zeker voor Google uiterst genant zou zijn àls daar niemand van het bedrijf zou staan. De prins met een award en niemand van Google, stel je voor. Dat er ook royalty pers aanwezig zou zijn, en dat zo’n gebeurtenis (met enige zin voor overdrijving) wereldnieuws zou zijn.

Toen begon het bij Google te dagen. “U verstrekt mij totaal nieuwe informatie” reageerde de woordvoerster een tikkeltje gepikeerd. Onze repliek “Don’t be evil en stuur aub iemand”, viel al helemaal niet in goede aarde.

Maar uiteindelijk deed ze wel wat elke (goede) woordvoerster zou doen. Ze begon rond te bellen in haar eigen organisatie. Intussen volgden we een alternatief parcours.

Ik had als hoofdredacteur via relaties het gsm-nummer van de CEO van Google België te pakken gekregen, maar eindige daar op de voicemail (e-mailadres en gsm-nummer van de Google België-baas wilde de woordvoerster niet geven). De CEO belde overigens nooit terug.

Uiteindelijk kregen we de bevestiging dat Google één iemand zou afvaardigen en kregen we – twee uur vóór de uitreiking – die Google-persoon ook aan de lijn. Uiteindelijk stond hij rond 20.30 uur op het podium naast de prins.

Eind goed al goed. Ook de woordvoerster leek ons opgelucht, want de ochtend nadien mailde ze vriendelijk terug: “Aan de verslagen op Twitter te zien was het een groot succes, proficiat! ”

Moraal van het verhaal: wenst u iemand van Google op een van uw events? Argumenteer het erg goed en blijf aandringen. Al kan u ook altijd met een prins komen aandraven.

Sunday, May 10, 2015

Daar gaan we weer


Keynote Business Meets IT. De intussen bekende seminar reeks. Deze editie ging over mobile & BI/analytics