Saturday, February 10, 2018

Iedereen Top Employer

Gisterenavond werden met een feestelijk diner de Top Employers 2018 bekend gemaakt. Ikzelf was daar niet bij, maar ik kon het hele feest de voorbije dagen volgen in mijn mailbox. Daar regende het persberichten van bedrijven die fier rondbazuinden dat ze de certificering als Top Employer hadden behaald.

Het begon al vorige week donderdag. Toen was er ook al een energiebedrijf bij dat, naar aanleiding van het behalen van hun certificaat, suggereerde om meteen hun hr-manager te interviewen. Terwijl de uitreiking nog moest gebeuren.

64 Top Employers

In totaal kreeg ik een tiental persberichten tot ik gisterenavond het ‘officiële’ persbericht van het Top Employers Institute ontving. Met daarop: een embargo dat vandaag afliep. Dat vond ik wel grappig. Heel veel namen uit dat officiële persbericht hadden ervoor al gecommuniceerd en dus blijkbaar voor hun beurt gesproken.


In totaal werden 64 nieuwe Top Employers voor België voorgesteld. Je begrijpt: als die allemaal met hun eigen certificaat beginnen zwaaien, zit je mailbox vol. Al snel had ik zo’n gevoel wat ik doorgaans bij verkiezingsavonden merk: iedereen komt zeggen dat ze gewonnen hebben.

Great Place to Work

Logische vraag: hoe kan je Top Employer worden? Een bedrijf krijgt zo’n certificaat, zo lees ik op de website van Top Employers, na het invullen van de HR Best Practices Survey, die gecontroleerd wordt en een externe audit.

Inzake het aantonen dat je een interessante/top-werkgever bent, zijn er in ons land overigens twee grote ‘instituten’, letterlijk zelfs. Enerzijds is er dus Top Employers van Het Top Employers Institute van gisterenavond (en vandaag waarschijnlijk nog de hele dag in mijn mailbox).

Anderzijds is er Great Place to Work Institute, dat in ons land wordt ondersteund door Vlerick Business School. Persoonlijk schat ik dat laatste initiatief zelfs ietsje hoger in. Niet zozeer omdat Vlerick erachter zit, maar wel omdat het eindresultaat daar voor een groot deel wordt bepaald vanuit een brede rondvraag bij het personeel zelf. Dat lijkt bij Top Employers minder het geval.

The Voice

Maar we wijken af. Dat er intussen in ons land 64 Top Employers zijn, geeft toch vooral aan dat veel bedrijven werk willen maken van hun hr-beleid. Dat is ook nodig.

Onlangs maakte iemand me de vergelijking met het televisieprogramma The Voice. Moesten vroeger de kandidaten komen zingen, en draaiden de werkgevers hun stoelen om, net als de juryleden in The Voice, dan zijn de rollen nu vaak omgekeerd. Vandaag komen de bedrijfsleiders op auditie en zitten de kandidaten in de jurystoel. Als een bedrijf hen als muziek in de oren klinkt en bevalt, draaien zij hun stoel om. Zeker voor bepaalde it-functies en voor ingenieurs is dat het geval.

ict-sector best vertegenwoordigd

Net als vorig jaar is it sterk vertegenwoordigd bij de Top Employers. De ict-sector telt zelfs zestien Top Employers uit ons land. Dat zijn Accenture, Avanade, Capgemini, Cegeka, CGI Belgium, Cognizant, Dimension Data, DXC Technology, Orange, Ordina, SAP , SAS Institute, Smals, Sogeti, TATA Consultancy Services en Wolters Kluwer.

Geen enkele sector doet HET beter of komt nog maar in de buurt. Bovendien kwamen er met Avanade, Cegeka en DXC Technology ook enkele nieuwe namen bij. Het lijkt wel of elk ict-bedrijf Top Employer wil zijn.

Henry Ford

Hiermee geeft de ict-sector twee zaken aan. Enerzijds dat ze hun hr-beleid echt wel willen benchmarken. Mede gedreven door de ‘war for talent’ beseffen vele dat ze een tandje moeten bijsteken om de meest geschikte medewerkers aan te trekken.

Honderd jaar geleden kon Henry Ford nog stellen dat de klant gelijk welke kleur voor zijn wagen mocht kiezen, zolang die maar zwart was. Vandaag verwacht de consument meer keuze en meer kleur. Dat is bij een jobkandidaat niet anders.

Employer brand

Anderzijds beseffen dus steeds meer ict-bedrijven dat je niet alleen een merk moet zijn naar je klanten, maar ook naar toekomstige medewerkers. Een employer brand dus, een van de grote trends in hr. Het is goed dat met name de ict-sector zichzelf als Top Employer in de verf wil zetten, en hiermee een van de voorlopers is.
De vele mails in onze mailbox nemen we er dan maar bij.

Deze column verscheen op 7/2/2018 op Computable.be

Wednesday, January 31, 2018

Wat bedrijven kunnen leren van Olivier Deschacht


Soms kunnen bedrijven, HR-managers, ondernemers en recruiters inspiratie halen uit een wel zeer aparte bron: voetbal. En meer bepaald de Belgische voetballer Olivier Deschacht. Want er bestaat zoiets als het Olivier Deschacht-syndroom.

De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB ontving het voorbije jaar 258.124 vacatures, bijna 14 procent meer dan een jaar eerder. Nooit eerder werden zo veel vacatures aan de VDAB gemeld. Bijna een derde van die vacatures raakte niet ingevuld. De ‘war for talent’ lijkt dus volop aan de gang.


Frederik Anseel, professor bedrijfspsychologie aan King’s College London, gaf in een recente column, die in De Tijd verscheen, een originele invulling aan de uitdaging. “In een war for talent hebben bedrijven de neiging om talent buiten de organisatie te verheerlijken ten koste van het talent dat al in de organisatie werkt”, stelt Anseel. Hij omschrijft het als het Olivier Deschacht-syndroom, naar de Belgische voetballer bij Anderlecht, met onder meer deze lessen.

1. Denk aan eigen talent

Olivier Deschacht is al zestien seizoenen een trouwe maar eerder ondergewaardeerde Anderlecht-verdediger. In al die jaren kocht zijn club talloze andere verdedigers aan, maar geen enkele kon Deschacht echt lang uit de ploeg houden. Maar in veel andere bedrijven zouden de plaatselijke Deschachts al lang vertrokken zijn. “Uw inspanning om unieke talenten aan te werven, kan er dus voor zorgen dat u net meer talent verliest”, benadrukt Anseel.

2. School dat talent om

Veel bedrijven hebben niet altijd een goed zicht op alle talenten van hun mensen. Daardoor benutten ze ook niet hun volledige potentieel. Zo was Deschacht als voetballer aanvankelijk een linksbuiten, maar werd hij omgeschoold tot een vrij succesvolle verdediger. “Mensen doen soms niets meer dan wat van hen verwacht wordt. Maar dat beperkt uw zicht op hun talenten, ook de onontdekte.”

3. Leve de ancien

Naast de bevindingen van Anseel, kunnen bedrijven ook wat leren over de eerbied voor anciënniteit. Deschacht, die volgende maand 37 wordt, is in voetbaltermen eigenlijk al pensioengerechtigd. Maar de club bleef (noodgedwongen) een beroep doen op de voetballer, ook voor de moeilijke Europese matchen.


Artikel verscheen op 19 januari in MARK Magazine en op 27 januari in Jobat.

Sunday, November 26, 2017

België – Nederland anno 2017


Ik was gisteren aanwezig op de award-verkiezing van Computable in Nederland. Mooi event, veel volk en flink wat ambiance. De voorbije jaren bezocht ik in België enkele gelijkaardige events. Soms presenteerde ik ze ook zelf. Waardoor ik de it-markt in België en Nederland best goed kan vergelijken. Een rondje België-Nederland in zes games.

1. In Nederland is iedereen gelijk

Eerst even de algemene indruk: Nederlanders zijn gedisciplineerder dan Belgen. Dat blijkt ook op gala-avonden als de Computable Awards. In België wordt de dress code ‘black tie’ op de uitnodiging meer genegeerd dan gerespecteerd. In Nederland houdt iedereen (en dan bedoel ik ook echt iedereen) zich aan deze dress code.

2. België in opmars

Op naar het inhoudelijk luik. Met de vaststelling dat Belgische it-bedrijven de laatste jaren komen opzetten in Nederland. Dat wist ik al, maar je ziet het ook op events als deze. Bedrijven als Cegeka, Teamleader, Sentia en Securelink waren gisteren bijvoorbeeld prominent aanwezig of genomineerd. Bij sommige it-bedrijven verloopt de Belgische opmars misschien niet via de grote poort, maar via de artiesteningang. Een bedrijf als Ordina heeft sinds kort bijvoorbeeld een Belg als ceo.

3. Lang leve de oudjes

In Nederland waren enkele er ‘nieuwe’ namen bij de winnaars. Dan denk ik aan Amazon dat voor de eerste keer de award van ‘cloud-aanbieder van het jaar’ wegkaapte, en daar de dag nadien ook fier een persbericht over verstuurde. Al hebben de oudjes nog lang niet afgedaan in zakelijke it. Zo wonnen onder meer gevestigde namen als Dell, Microsoft, Symantec en Cisco een award. IBM zelfs drie. New kids on the block kan je hen bezwaarlijk noemen.

4. Grote verschillen in lage landen

Verder viel het me andermaal op dat België en Nederland, zelfs in een redelijk globale markt als it, behoorlijk verschillen. Dat ik als Belgische toeschouwer de genomineerde Nederlandse start-ups niet kende, lijkt me logisch. Net als misschien de typische dienstverleners voor de Nederlandse kmo. In de rubriek ict-detacheerder van het jaar waren er van de tien genomineerden dan weer acht die bij mij niet echt een belletje deden rinkelen, al kende ik winnaar Brunel wel.

5. Blockchain is de nieuwe cloud

Jarenlang ging was het allemaal cloud wat de klok sloeg bij it-projecten, en dus ook awards. Maar vandaag zijn er andere hypes. Virtual reality bijvoorbeeld. Of nog meer: blockchain dat in Nederland de kern vormde van twee winnende it-projecten.

6. Microsoft is het nieuwe Apple

Tenslotte nog over de afhandeling zelf. Zowel in Nederland als in België zijn er partijen die hun award niet komen afhalen. Apple is hierin een meester. Die komen eigenlijk nooit en vinden dat bljkbaar normaal. Ook Google is wat dat betreft geen makkelijke klant. Zelf is het me voor een Belgisch event ooit wel eens gelukt om na lang zeuren en de nodige pendeldiplomatie iemand van Google op een podium te krijgen. Al was dat maar omdat de award werd uitgereikt door prins Laurent. Daar wilden ze bij Google blijkbaar wel voor buitenkomen.


In Nederland was deze keer Microsoft de grote afwezige. Wel winnaar als ‘digital company van het jaar’, maar geen vertegenwoordiging in de zaal. Misschien voor volgende keer toch maar eens een prins contacteren.

Column verscheen op computable.be

Thursday, November 16, 2017

Mobiel betalen, kan jij het nog volgen?

Met de nfc-app van Bancontact en de verwachte komst van Apple Pay zit mobiel betalen in ons land in een stroomversnelling. Terwijl er al betaalapps als Paconiq en Seqr bestaan. Kan jij nog volgen? Ik bracht er een bijdrage over in 'De Wereld Vandaag' en schreef erover voor Computable.

Een wildgroei van betaaloplossingen. Die vinden we vandaag terug in ons land. Met initiatieven van banken (ING, BNP,…), payment service providers (zoals Bancontact), technologiereuzen (Google, Apple) en techbedrijven (SEQR). Allemaal willen ze het heft in handen nemen. Met deze initiatieven tot gevolg. Wij wikken en wegen.

1. nfc-app van Bancontact

Een belangrijke zet in het verhaal rond mobiel betalen in België: Bancontact heeft zijn mobiele app ook geactiveerd voor contactloos betalen. De nieuwe technologie werkt op Android-telefoons en enkel via near field communication. De nfc-chip in je smartphone maakt een verbinding met het magnetische veld rond de betaalterminal, waarna alle data nodig voor de betaling uitgewisseld worden.

Om af te rekenen, volstaat het om je smartphone langs de betaalterminal te houden. Zwaaien is betalen. Er is geen internetverbinding nodig. Voor kleine bedragen (onder de 25 euro) is de pincode niet meer nodig. Bij bedragen hoger dan 25 euro moet je altijd een pincode ingeven, net als wanneer de opgetelde aankopen het bedrag van 50 euro overschrijden.

Voordeel: de Bancontact-app wordt ondersteund door 20 banken en is beschikbaar voor 99 procent van alle Bancontact-kaarthouders in België. Bovendien lijkt NFC sneller te werken dan de eerder gelanceerde QR-variant van Bancontact waarbij je een QR-code moet scannen én je pincode ingeven.

Nadeel: De contactloze technologie is enkel beschikbaar voor smartphones die een nfc-chip hebben (de meeste) én op het Android-besturingssysteem draaien. Geen iPhones dus, omdat Apple de nfc-chip van al zijn toestellen afschermt (al kan je met QR wel betalen met iPhone en Windows). Het lukt ook niet op alle betaalterminals, ook al ondersteunt intussen meer dan twee derde in België reeds de NFC-technologie.

2. Payconiq van ING

Payconiq was aanvankelijk een initiatief van de bank ING, maar vervolgens sprongen ook KBC en Belfius mee op de kar. De transactie verloopt volledig tussen de smartphone van de klant en de pc van de handelaar. Vooral in kleinhandelszaken zoals bakkers, frituren, modewinkels en bloemisten doet Payconiq het goed, terwijl het betalingssysteem nog maar van vorig jaar bestaat. Klanten kunnen betalen door het scannen van een QR-code of een directe link naar de app.

Voordeel: Handelaars hebben geen betaalterminal meer nodig. Daarmee vallen dus ook de kosten voor het gebruik van zo’n terminal weg.
Nadeel: Het systeem is momenteel enkel bestemd voor bankklanten van ING, KBC en Belfius.

3. Android Pay van BNP

Bancontact was enkele dagen geleden niet de eerste met een nfc-aankondiging. BNP Paribas Fortis  lanceerde een half jaar geleden namelijk al Android Pay in ons land. Daarmee kunnen gebruikers van een Android-smartphone ook via de nfc-technologie contactloos betalen in de winkels die een terminal hebben met nfc. Door Android Pay besloot BNP het Payconiq-project even links te laten liggen. KBC doet op zijn beurt dan weer wel mee met Android Pay van BNP.

Voordeel: gebruik van nfc
Nadeel: Enkel voor klanten van BNP en KBC en enkel voor Android

Meer info op: http://www.computable.be/artikel/achtergrond/mobility/6238409/5594136/mobiel-betalen-kan-jij-nog-volgen.html

Thursday, October 26, 2017

Groeten uit Eupen: artikel GrenzEcho 26-10-2017

Paukenschlag an der Eupener Hufengasse: Nach der Ausbootung von Dr. Didier Frippiat als Chefarzt im Frühjahr nimmt nun Krankenhausdirektor Danny Havenith seinen Hut. Das Vertrauensverhältnis zwischen dem 47-Jährigen und einem Großteil der Ärzteschaft galt als gestört. Eine gemeinsame Zukunft war unter diesen Voraussetzungen nur noch schwer vorstellbar.

22 Stimmen gegen eine: Es soll ein deutliches Votum gewesen sein, mit dem sich die Eupener Mediziner am Montag gegen eine weitere Zusammenarbeit mit dem amtierenden

Krankenhausdirektor aussprachen. Dabei hatte eine solche Abstimmung zunächst gar nicht auf der Tagesordnung der Generalversammlung der Ärzteschaft gestanden. Wie das GrenzEcho aber aus gut unterrichteter Quelle erfuhr, schien vielen Anwesenden die Situation mittlerweile derart festgefahren, dass man es am Ende auf die Vertrauensfrage ankommen ließ.

„Er ist nicht von uns gekündigt worden, sondern er hat aus freien Stücken so gehandelt“, betont Verwaltungsratspräsident Karl-Heinz Klinkenberg.

Damit sprachen die Ärzte des St.Nikolaus-Hospitals dem Direktor des Hauses mit überwältigender Mehrheit ihr Misstrauen aus. Das Fass zum Überlaufen sollen dabei die Entwicklungen in den letzten Tagen gebracht haben. Die Meldung des GrenzEcho, wonach der bei Kollegen und Patienten gleichermaßen geschätzte Gynäkologe Dr. Ilhan Saka dem Eupener Krankenhaus nach einem kurzen Intermezzo wieder den Rücken kehrt, hatte auch beim Personal an der Hufengasse hohe Wellen geschlagen. Im Zuge dessen soll sich die langjährige Dienstleiterin des Entbindungsheims solidarisch mit Saka gezeigt haben, was der Krankenhausleitung wohl übel aufstieß. Die drastische Konsequenz: Der Dienstleiterin wurde in der vergangenen Woche gekündigt. Eine für die Ärzteschaft im Nachgang nicht nachvollziehbare Entscheidung.

Angesichts dieser deutlichen Frontenverhärtung dürfte sich eine künftige Zusammenarbeit als äußerst schwierig gestalten. Zu dieser Einschätzung dürfte wohl auch Danny Havenith in den letzten Tagen gekommen sein. So reichte er in dieser Woche sein Rücktrittsgesuch bei Verwaltungsratspräsident Karl-Heinz Klinkenberg (PFF) ein. Zunächst per E-Mail, am Mittwoch dann auch per Einschreiben.

„Wir haben zur Kenntnis genommen, dass Herr Havenith gekündigt hat“, reagierte der Verwaltungsratspräsident recht zurückhaltend, als das GrenzEcho ihn am Mittwoch mit dem baldigen Ausscheiden des langjährigen Direktors konfrontierte. Überrascht sei er schon gewesen, „zumal der Zeitpunkt mit der De-Block-Reform und der CHC-Partnerschaft für uns eher ungünstig ist“. Zum Hintergrund der Kündigung wollte er sich nichts entlocken lassen. Nur so viel: „Das ist die Sache von Danny Havenith. Für uns ist es jetzt wichtig, dass wir das jetzt gut und einvernehmlich zu Ende bringen.“

An und für sich sei solch ein Vorgang ja auch nicht ungewöhnlich, findet Karl-Heinz Klinkenberg: „In jedem Unternehmen gibt es Leute, die kündigen.“ Gleichwohl betonte er, dass die Entscheidung ganz alleine vom Direktor getroffen wurde: „Er ist nicht von uns gekündigt worden, sondern er hat aus freien Stücken so gehandelt“. Von heute auf morgen gibt der gebürtige Raerener die Krankenhausleitung jedoch nicht aus der Hand. Es gibt gesetzliche Kündigungsfristen, an die sich auch in diesem Fall gehalten werden soll. „Und so lange wird Danny Havenith auch weiter als Direktor arbeiten und die entsprechenden Funktionen ausüben“, unterstreicht Eupens Bürgermeister. Parallel dazu werde sich der Verwaltungsrat nun mit der Frage beschäftigen, wie künftig das entstehende Vakuum auf dem Direktorenposten ausgefüllt werden soll. „Diese Stelle werden wir aber natürlich ausschreiben“, versichert der PFF-Politiker.

2008 war Danny Havenith im GrenzEcho als Generalsekretär ausgeschieden und wechselte vom Marktplatz an die Hufengasse. Im Eupener Hospital nahm er zunächst die Funktion des beigeordneten Direktors ein, ehe er nach dem Ausscheiden von Willy Heuschen 2011 zum Direktor des St.Nikolaus-Hospitals aufstieg. Im laufenden Jahr war der gebürtige Raerener ins Visier der Öffentlichkeit geraten, weil er sich hinter den Kulissen heftige Auseinandersetzungen mit dem damaligen Chefarzt des Eupener Krankenhauses, Dr. Didier Frippiat, geliefert hatte.

Demnach wollte Frippiat auf Unregelmäßigkeiten in der Krankenhausführung gestoßen sein und soll den Direktor damit unter Druck gesetzt haben. Dieser wiederum soll dem Chefarzt sexuelle Nötigung vorgeworfen haben. Aus diesem Machtkampf war Havenith als Sieger hervorgegangen, Frippiat wurde in der Folge ausgebootet und vom Verwaltungsrat von seinen Aufgaben entbunden. Eine tragische Dimension gewann das Ganze, als im Juni der überraschende Tod Frippiats bekannt wurde.

Machtkampf mit ehemaligem Chefarzt Dr.Didier Frippiat hatte Havenith in diesem Frühjahr zu seinen Gunsten entschieden.

Unabhängig davon wurden die Ermittlungen der Justiz fortgeführt. Diese waren im Frühjahr durch eine Anzeige von Didier Frippiat ins Rollen gekommen. Anfang Juni hatte es in diesem Zusammenhang auch eine Hausdurchsuchung im Eupener Krankenhaus gegeben, bei der Unterlagen konfisziert worden waren. „Und die Ermittlungen der föderalen Kriminalpolizei unter Federführung des Untersuchungsrichters dauern an“, wie die Leiterin der Eupener Staatsanwaltschaft, Andrea Tilgenkamp, gestern bestätigte.

Detail am Rande: Die Kündigung der Dienstleiterin wurde inzwischen aufgehoben. „Der Konflikt konnte erfolgreich gelöst werden. Sie hat wieder ihre Arbeit aufnehmen können“, verriet Gewerkschafterin Vera Hilt dem GrenzEcho.

Tuesday, May 23, 2017

IT-journalist: "Apple verdient 1.000 dollar per seconde, maar doet daar weinig mee"


Artikel op deredactie.be naar aanleiding van een interview met Radio1: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/economie/1.2968666



Hoewel Apple op een berg geld van liefst 256 miljard dollar (234 miljard euro) zit, doet het technologiebedrijf vrij weinig met dat fortuin. Dat zegt IT-journalist William Visterin in "De wereld vandaag". "Apple keert vooral dividenden aan de aandeelhouders uit."

256 miljard dollar of een goeie 234 miljard euro: Dat astronomische bedrag heeft Apple op dit moment in kasreserves staan, zo weet The Wall Street Journal. "Staan" mag u behoorlijk letterlijk nemen, want de technologiereus laat die berg cash vrijwel onaangeroerd.

"De kasreserves zijn de voorbije 5 jaar verdubbeld", zegt Visterin in "De wereld vandaag" op Radio 1. "Apple verdient 1.000 dollar per seconde, voornamelijk door de verkoop van de iPhone. Die is relatief duur, maar wel erg gegeerd. De smartphone is goed voor 70 tot 75 procent van de omzet van Apple die er tegelijk een behoorlijke winstmarge op heeft. Dat tikt dus aan."

"Eigenlijk doet Apple weinig met dat geld", gaat hij voort. "In het verleden heeft het bedrijf vooral zijn aandeelhouders tevreden gehouden door hen behoorlijk wat dividend uit te keren. Het wil dat ook blijven doen, ook al omdat Apple veel eigen aandelen heeft ingekocht. Het is dus ook wel voor een stuk een financiële constructie."

Netflix en Tesla

"In tegenstelling tot andere technologiebedrijven, investeert Apple weinig in overnames. De grootste overname die het bedrijf de voorbije jaren deed, was die van Beats Electronics. Met de aankoop van die producent van audioapparaten was "amper" 3 miljard dollar gemoeid."

Nochtans zou Apple best enkele grote kleppers kunnen binnenhalen, mocht het dat willen. "Apple zou bijvoorbeeld Netflix kunnen kopen. Dat heeft een beurswaarde van 65 miljard dollar. Of het zou zich ook de hippe autoproducent Tesla kunnen aanschaffen voor 50 miljard dollar. Maar Apple heeft niet de gewoonte om echt grote overnames te doen en de vraag is of dat zal veranderen."

Ierland

Opvallend: liefst 93 procent van de kasreserves heeft Apple buiten de VS geparkeerd, het thuisland van het bedrijf. "Dat heeft alles met de Amerikaanse fiscaliteit te maken. Daar bedraagt de belasting voor winst uit het buitenland 35 procent."

"In andere landen overal ter wereld kan Apple meer lucratieve percentages bedingen. Zo is Apple in Europa bij Ierland gaan aankloppen. Daar bedraagt de winstbelasting 12,5 procent, significant lager dus. Bovendien kan Apple op bijkomende gunsttarieven rekenen waardoor het percentage nog lager ligt."

Recent liet de Amerikaanse president Donald Trump verstaan dat hij een "belastingsvakantie" wil die het voor bedrijven aantrekkelijk moet maken om winst naar de VS te repatriëren. "We moeten eerst bekijken of dit effectief doorgaat", zegt Visterin. "Topman Tim Cook van Apple heeft wel al gezegd oren naar dit plan te hebben. Als de Amerikaanse overheid met een interessant financieel en fiscaal voorstel komt, zou het bedrijf een deel van zijn geld willen terughalen. Maar zover is het nog lang niet."


Saturday, April 1, 2017

Waarom zijn Belgische IT-bedrijven zo bescheiden?


Sommige Belgische IT- en technologiebedrijven doen knappe dingen. Ze gaan internationaal. Steeds meer zelfs. Maar waarom steken ze zichzelf zo vaak weg?

Computable heeft in Nederland en ook in België een rubriek die Pareltjes heet. Daarin worden vooraanstaande technologiebedrijven van eigen bodem geportretteerd. Toen we daar met Computable België een jaar geleden mee begonnen, aarzelde ik toch even. In Nederland ging dat echt om bedrijven met naam en faam als TomTom, Centric, Exact of Unit4. Allemaal bedrijven die ook in ons land (en ver daarbuiten) actief zijn.

Belgische parels

Hadden wij ook dergelijke kleppers in ons land? Wel, sinds de laatste jaren wel. Voor de eerste lichting Belgische pareltjes hadden we met de redactie na een eerste brainstorm een lijstje met mooie namen. Er was natuurlijk securityspecialist Vasco, bekend van de Digipass. Maar er was ook Combell, dat ongeveer toen zijn overnames had in Nederland en zowat de grootste hoster van de Benelux werd (en later in Denemarken aandeed).
Ook Cegeka is erg actief in Nederland, het bouwde er zelfs een datacenter. En dan waren er nog namen als Zetes, Selligent en Econocom. De lijst was behoorlijk. Belgische technologiebedrijven worden ook ambitieuzer en dat is goed.

Jef geeft geen interviews

Voor de nieuwe lichting Belgische technologiebedrijven (onze tweede reeks van pareltjes) ligt het iets moeilijker. Wij krijgen voor deze rubriek wel regelmatig suggesties van PR-bureaus, maar vaak gaat het – met alle respect - dan toch om de mindere goden. Voor nieuwe namen van Belgische pareltjes is het soms flink zoeken. Dat is meestal niet omdat de bedrijven er niet zijn, maar omdat ze vaak erg goed verborgen zitten.

Het schoolvoorbeeld is Cronos. Sinds de start is de Cronos Groep actief betrokken bij het opstarten van meer dan 200 bedrijven. Alleen gebeurde dat vaak in de schaduw. Dat heeft ook te maken met het bedrijfsmodel, waarbij Cronos terugvalt op tientallen kleinere technologiebedrijven met hun eigen specialiteit. Maar het is vooral ook een eigen keuze. Ik herinner me dat ik met mijn toenmalige redactie ooit een interview wilde met Cronos-oprichter Jef De Wit. Maar dat werd stelselmatig afgewimpeld. Jef geeft namelijk geen interviews. Ook al is zijn groep – met in totaal ruim 1.600 medewerkers - qua omzet groter dan Cegeka of RealDolmen.

Esas telt 1.000 man

Cronos is een uitgesproken voorbeeld, maar er zijn ook andere bedrijven. Ik denk bijvoorbeeld aan Esas, een IT-dienstverlener actief in de Benelux met intussen duizend medewerkers. Of Elmos, minder groot maar ook significant en met de grootste Belgische banken als klant. Maar als ik bij collega IT-journalisten deze namen laat vallen, horen velen het in Keulen donderen.

Veel Belgische IT-bedrijven opereren vanuit de schaduw. Ik denk dat het met onze volksaard te maken heeft. Nederlanders en Amerikanen zullen reeds starten met de verkoop, ook als hun product of dienst nog niet helemaal op punt staat. Dat komt later wel. En ze zijn sowieso assertiever en ‘aanwezig’.

Doe maar gewoon

Wij Belgen zitten anders in mekaar. ‘Doe maar gewoon dat is al gek genoeg’, is ons levensmotto. In tegenstelling tot in Silicon Valley worden tech-ondernemers bij ons ook niet (altijd) op handen gedragen.
We houden ons liever op de vlakte. En blijven ons vaak focussen op het perfectioneren van ons product, terwijl we marketing (of simpelweg wat lawaai maken) wat verwaarlozen of onderschatten.  Daarin verschillen we van onze noorderburen.

Allemaal niet zo erg. Het is het resultaat dat telt, en dat resultaat is er steeds meer. Maar om een pareltje te worden, hoort daar (helaas) soms ook het nodige lawaai bij. Zeker om die parel te laten blinken.

Verscheen eerder op Computable.